BWBR0037088
Geldig vanaf 2023-03-30
Artikel 6
Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen
1. Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, eerste alinea, van de F-gassenverordening, alsmede voor de terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen uit klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/40/EGvallen, beschikt een natuurlijk persoon over een certificaat dat is verleend door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning.
2. Voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de F-gassenverordening, beschikt een onderneming over een certificaat dat is verleend door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de eisen aan een natuurlijk persoon en een onderneming voor het verkrijgen en behouden van een certificaat als bedoeld in het eerste en tweede lid;
b. de gegevens die de certificaten vermelden;
c. de verlening, schorsing en intrekking van certificaten, alsmede de registratie en openbaarmaking daarvan;
d. de bij de toepassing van dit besluit in acht te nemen tekst van de krachtens dit besluit genoemde niet-publiekrechtelijke regelingen;
e. de eisen aan een natuurlijk persoon voor het verkrijgen en behouden van een opleidingsattest als bedoeld in artikel 10, eerste lid, tweede alinea, van de F-gassenverordening.
4. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de artikelen 5, zesde lid, en 6, van de F-gassenverordening nadere regels gesteld over de controle op de goede werking van een lekkagedetectiesysteem.
5. Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid geldt niet voor taken en werkzaamheden aan apparatuur waarvoor nog geen eisen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn gesteld.
2. Voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de F-gassenverordening, beschikt een onderneming over een certificaat dat is verleend door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de eisen aan een natuurlijk persoon en een onderneming voor het verkrijgen en behouden van een certificaat als bedoeld in het eerste en tweede lid;
b. de gegevens die de certificaten vermelden;
c. de verlening, schorsing en intrekking van certificaten, alsmede de registratie en openbaarmaking daarvan;
d. de bij de toepassing van dit besluit in acht te nemen tekst van de krachtens dit besluit genoemde niet-publiekrechtelijke regelingen;
e. de eisen aan een natuurlijk persoon voor het verkrijgen en behouden van een opleidingsattest als bedoeld in artikel 10, eerste lid, tweede alinea, van de F-gassenverordening.
4. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de artikelen 5, zesde lid, en 6, van de F-gassenverordening nadere regels gesteld over de controle op de goede werking van een lekkagedetectiesysteem.
5. Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid geldt niet voor taken en werkzaamheden aan apparatuur waarvoor nog geen eisen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn gesteld.