BWBR0037064
Geldig vanaf 2015-10-08
Artikel 3.7
Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds
1. De minister besluit over de subsidieverstrekking op basis van het advies van de jury en wijkt hier slechts om zwaarwegende redenen van af.
2. Indien het totaal van de door de jury positief beoordeelde aanvragen per sector het voor die sector geldende subsidieplafond, bedoeld in artikel 3.2, overschrijdt, wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 3.6, de aanvragen die op basis daarvan niet gehonoreerd kunnen worden, af.
3. In het eerste en tweede aanvraagmoment van schooljaar 2015–2016, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, onder a en b, kunnen per aanvraagmoment, maximaal 100 positief beoordeelde aanvragen van beide sectoren tezamen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. De minister wijst die aanvragen af waarmee het aantal van 100 wordt overschreden. De, in de vorige volzin bedoelde, afgewezen aanvragen komen in het eerstvolgende aanvraagmoment binnen hun sector wederom en als eerste in aanmerking voor subsidie.
4. De minister verstrekt slechts subsidie indien de aanvraag die het betreft binnen het subsidieplafond volledig kan worden gehonoreerd.
5. De afgewezen aanvragen binnen een bepaalde sector, bedoeld in het tweede lid, komen na afloop van de laatste aanvraagronde in een bepaald schooljaar wederom in aanmerking voor subsidie, indien het subsidieplafond dat betrekking heeft op de andere sector in die aanvraagronde niet is bereikt.
6. Indien het totaal van de afgewezen aanvragen het resterende bedrag overschrijdt, neemt de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 3.6, de aanvragen die op basis hiervan niet in aanmerking komen, niet in heroverweging.
7. Indien na toepassing van het tweede of vijfde lid, aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting.
8. De minister besluit, stelt de subsidie vast en verstrekt deze uiterlijk binnen 22 weken na de sluitingsdatum van de betreffende aanvraagperiode, bedoeld in artikel 3.3, vijfde en zesde lid.
2. Indien het totaal van de door de jury positief beoordeelde aanvragen per sector het voor die sector geldende subsidieplafond, bedoeld in artikel 3.2, overschrijdt, wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 3.6, de aanvragen die op basis daarvan niet gehonoreerd kunnen worden, af.
3. In het eerste en tweede aanvraagmoment van schooljaar 2015–2016, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, onder a en b, kunnen per aanvraagmoment, maximaal 100 positief beoordeelde aanvragen van beide sectoren tezamen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. De minister wijst die aanvragen af waarmee het aantal van 100 wordt overschreden. De, in de vorige volzin bedoelde, afgewezen aanvragen komen in het eerstvolgende aanvraagmoment binnen hun sector wederom en als eerste in aanmerking voor subsidie.
4. De minister verstrekt slechts subsidie indien de aanvraag die het betreft binnen het subsidieplafond volledig kan worden gehonoreerd.
5. De afgewezen aanvragen binnen een bepaalde sector, bedoeld in het tweede lid, komen na afloop van de laatste aanvraagronde in een bepaald schooljaar wederom in aanmerking voor subsidie, indien het subsidieplafond dat betrekking heeft op de andere sector in die aanvraagronde niet is bereikt.
6. Indien het totaal van de afgewezen aanvragen het resterende bedrag overschrijdt, neemt de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 3.6, de aanvragen die op basis hiervan niet in aanmerking komen, niet in heroverweging.
7. Indien na toepassing van het tweede of vijfde lid, aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting.
8. De minister besluit, stelt de subsidie vast en verstrekt deze uiterlijk binnen 22 weken na de sluitingsdatum van de betreffende aanvraagperiode, bedoeld in artikel 3.3, vijfde en zesde lid.