BWBR0037055
Geldig vanaf 2020-06-18
Artikel 5
Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen
1. De aanvragen worden beoordeeld op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, bedoeld in artikel 2.
2. Bij de rangschikking van tijdig ingediende en complete aanvragen wordt voorrang gegeven aan aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering. Aanvragen van instellingen die geen opleidingen verzorgen waarmee zij zouden kunnen deelnemen aan het experiment vraagfinanciering, worden door de minister op dezelfde wijze behandeld als de aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering.
3. De rangschikking van de tijdig ingediende en complete aanvragen geschiedt aan de hand van de volgende maatstaven, zoals uitgewerkt in bijlage B:
a. de mate van ambitie;
b. de mate van haalbaarheid;
c. de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
d. de mate waarin er sprake is van een integrale aanpak van de flexibilisering;
e. de mate van vraaggerichtheid van het te ontwikkelen hoger onderwijs;
f. de mate waarin duurzame verankering van het te ontwikkelen hoger onderwijs in beleid en bedrijfsvoering kansrijk is; en
g. de mate waarin invulling wordt gegeven aan leerfunctie, interne en externe kennisdeling.
2. Bij de rangschikking van tijdig ingediende en complete aanvragen wordt voorrang gegeven aan aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering. Aanvragen van instellingen die geen opleidingen verzorgen waarmee zij zouden kunnen deelnemen aan het experiment vraagfinanciering, worden door de minister op dezelfde wijze behandeld als de aanvragen van instellingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering.
3. De rangschikking van de tijdig ingediende en complete aanvragen geschiedt aan de hand van de volgende maatstaven, zoals uitgewerkt in bijlage B:
a. de mate van ambitie;
b. de mate van haalbaarheid;
c. de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
d. de mate waarin er sprake is van een integrale aanpak van de flexibilisering;
e. de mate van vraaggerichtheid van het te ontwikkelen hoger onderwijs;
f. de mate waarin duurzame verankering van het te ontwikkelen hoger onderwijs in beleid en bedrijfsvoering kansrijk is; en
g. de mate waarin invulling wordt gegeven aan leerfunctie, interne en externe kennisdeling.