BWBR0037039
Geldig vanaf 2015-10-01
Artikel 3
Regeling informatiebeheer Defensie 2015
1. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de commandanten van de defensieonderdelen zijn ten aanzien van het informatiebeheer van het eigen defensieonderdeel verantwoordelijk voor:
a. het met inachtneming van geldende regelgeving en voorschriften beheren van de informatieobjecten;
b. het faciliteren en ondersteunen van informatiebeheer.
2. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de commandanten van de defensieonderdelen:
a. verstrekken de Chief Information Officer en de Directeur Joint Informatievoorzieningscommando volledige gegevens over de verblijfplaats van de door het defensieonderdeel beheerde informatieobjecten, de staat waarin de informatieobjecten verkeren en over de wijze waarop de zorg voor de informatieobjecten wordt vormgegeven;
b. verlenen de Directeur Joint Informatievoorzieningscommando toegang tot ruimten waarin zich informatieobjecten bevinden die niet onder zijn beheer staan en toegang tot digitale opslag van informatieobjecten, ten behoeve van archiefonderzoek namens de Secretaris-Generaal of namens de Algemene Rijksarchivaris;
c. oefenen de bevoegdheid uit, genoemd in artikel 8, derde lid, onder a.
a. het met inachtneming van geldende regelgeving en voorschriften beheren van de informatieobjecten;
b. het faciliteren en ondersteunen van informatiebeheer.
2. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de commandanten van de defensieonderdelen:
a. verstrekken de Chief Information Officer en de Directeur Joint Informatievoorzieningscommando volledige gegevens over de verblijfplaats van de door het defensieonderdeel beheerde informatieobjecten, de staat waarin de informatieobjecten verkeren en over de wijze waarop de zorg voor de informatieobjecten wordt vormgegeven;
b. verlenen de Directeur Joint Informatievoorzieningscommando toegang tot ruimten waarin zich informatieobjecten bevinden die niet onder zijn beheer staan en toegang tot digitale opslag van informatieobjecten, ten behoeve van archiefonderzoek namens de Secretaris-Generaal of namens de Algemene Rijksarchivaris;
c. oefenen de bevoegdheid uit, genoemd in artikel 8, derde lid, onder a.