BWBR0037034
Geldig vanaf 01-10-2015
Artikel 2
Voorlopige voorziening tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd
1. De belanghebbende die de leeftijd van 65 jaar bereikt waardoor zijn uitkering eindigt heeft tot het bereiken van de voor hem geldende AOW leeftijd, aanspraak op een maandelijkse tegemoetkoming.
2. De tegemoetkoming is gelijk aan de bruto AOW-uitkering die voor belanghebbende volgens de Algemene Ouderdomswet in de desbetreffende maand gegolden zou hebben indien daarop aanspraak zou hebben bestaan, inclusief de inkomensondersteuning AOW en de maandelijkse opbouw vakantiegeld. Een korting op grond van artikel 13 Algemene Ouderdomswet wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
2. De tegemoetkoming is gelijk aan de bruto AOW-uitkering die voor belanghebbende volgens de Algemene Ouderdomswet in de desbetreffende maand gegolden zou hebben indien daarop aanspraak zou hebben bestaan, inclusief de inkomensondersteuning AOW en de maandelijkse opbouw vakantiegeld. Een korting op grond van artikel 13 Algemene Ouderdomswet wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037034
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl