BWBR0037018
Geldig vanaf 2015-11-01
Artikel 4
Rijkscofinancieringsregeling Interreg V
1. Een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2wordt bij de Minister ingediend door een penvoerder, met een vestiging of filiaal in Nederland op het tijdstip van indiening, met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel.
2. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende verklaringen en bescheiden:
a. een verklaring dat het initiatief voor een project is besproken met een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij wie aanvragers van een subsidie terecht kunnen voor informatie over Interreg V en de daarbij behorende deelprogramma’s;
b. indien een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NWE wordt gedaan, een verklaring dat het project bijdraagt aan de specifieke doelstellingen SO2, SO3, SO4 of SO5, bedoeld in het Cooperation Programme Interreg North-West Europe 2014–2020;
c. indien een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NSR wordt gedaan, een verklaring dat het project bijdraagt aan de specifieke doel-stellingen 2.1, 2.2, 3.1, 4.1 of 4.2, bedoeld in het Cooperation Programme Interreg North Sea Region 2014–2020;
d. een verklaring dat de aanvraag is ingediend voordat Stap 2 is ingediend bij het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR;
e. een verklaring dat het project voldoet aan de toelatingscriteria en doel-stellingen die worden gesteld in het desbetreffende deelprogramma van Interreg NWE of NSR;
f. een verklaring dat voor eenzelfde project nog niet eerder een subsidie op grond van deze regeling verleend is;
g. een verklaring dat het project meer dan € 400.000,– kost;
h. indien een MKB-onderneming een aanvraag doet, een verklaring dat niet meer subsidie wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt of een ondertekende de-minimisverklaring;
i. indien een stichting of vereniging binnen het project geen economische activiteiten verricht en een aanvraag doet, een verklaring dat geen economische activiteiten worden verricht binnen het project;
j. een kopie van Stap 1, en
k. een kopie van de schriftelijke bevestiging van het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR dat Stap 1 is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR.
3. Desgevraagd verstrekt de penvoerder een nadere toelichting op de verklaringen en bescheiden, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
2. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende verklaringen en bescheiden:
a. een verklaring dat het initiatief voor een project is besproken met een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij wie aanvragers van een subsidie terecht kunnen voor informatie over Interreg V en de daarbij behorende deelprogramma’s;
b. indien een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NWE wordt gedaan, een verklaring dat het project bijdraagt aan de specifieke doelstellingen SO2, SO3, SO4 of SO5, bedoeld in het Cooperation Programme Interreg North-West Europe 2014–2020;
c. indien een aanvraag om een financiële bijdrage bij Interreg NSR wordt gedaan, een verklaring dat het project bijdraagt aan de specifieke doel-stellingen 2.1, 2.2, 3.1, 4.1 of 4.2, bedoeld in het Cooperation Programme Interreg North Sea Region 2014–2020;
d. een verklaring dat de aanvraag is ingediend voordat Stap 2 is ingediend bij het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR;
e. een verklaring dat het project voldoet aan de toelatingscriteria en doel-stellingen die worden gesteld in het desbetreffende deelprogramma van Interreg NWE of NSR;
f. een verklaring dat voor eenzelfde project nog niet eerder een subsidie op grond van deze regeling verleend is;
g. een verklaring dat het project meer dan € 400.000,– kost;
h. indien een MKB-onderneming een aanvraag doet, een verklaring dat niet meer subsidie wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt of een ondertekende de-minimisverklaring;
i. indien een stichting of vereniging binnen het project geen economische activiteiten verricht en een aanvraag doet, een verklaring dat geen economische activiteiten worden verricht binnen het project;
j. een kopie van Stap 1, en
k. een kopie van de schriftelijke bevestiging van het Programma Secretariaat van Interreg NWE of NSR dat Stap 1 is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van Interreg NWE of NSR.
3. Desgevraagd verstrekt de penvoerder een nadere toelichting op de verklaringen en bescheiden, bedoeld in artikel 4, tweede lid.