BWBR0036980
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 5
Regeling procesgang vangnetters gemeentelijke doelgroep Participatiewet
1. Indien het college van oordeel is dat er nog mogelijkheden zijn om de terugkeer naar arbeid van de vangnetter te bevorderen stelt het college, in overleg met die vangnetter, binnen twee weken na het oordeel, bedoeld in artikel 3, een plan van aanpak op.
2. Het plan van aanpak omvat in ieder geval:
a. de door de vangnetter en het college te ondernemen activiteiten gericht op inschakeling in de arbeid, de daarmee te bereiken doelstellingen en de termijnen waarbinnen die doelstellingen naar verwachting kunnen worden bereikt;
b. afspraken omtrent de momenten waarop de in het plan van aanpak vastgelegde activiteiten door de vangnetter en het college periodiek worden geëvalueerd;
c. aanwijzing van een persoon die de vastgelegde activiteiten begeleidt en het contact verzorgt tussen de vangnetter en het college.
3. Het plan van aanpak wordt schriftelijk vastgelegd. Het college verstrekt hiervan onverwijld een afschrift aan de vangnetter en de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde persoon.
4. Het plan van aanpak wordt bijgesteld, indien de evaluatie van dat plan van aanpak of een geneeskundige onderzoek, daartoe aanleiding geeft. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het plan van aanpak omvat in ieder geval:
a. de door de vangnetter en het college te ondernemen activiteiten gericht op inschakeling in de arbeid, de daarmee te bereiken doelstellingen en de termijnen waarbinnen die doelstellingen naar verwachting kunnen worden bereikt;
b. afspraken omtrent de momenten waarop de in het plan van aanpak vastgelegde activiteiten door de vangnetter en het college periodiek worden geëvalueerd;
c. aanwijzing van een persoon die de vastgelegde activiteiten begeleidt en het contact verzorgt tussen de vangnetter en het college.
3. Het plan van aanpak wordt schriftelijk vastgelegd. Het college verstrekt hiervan onverwijld een afschrift aan de vangnetter en de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde persoon.
4. Het plan van aanpak wordt bijgesteld, indien de evaluatie van dat plan van aanpak of een geneeskundige onderzoek, daartoe aanleiding geeft. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.