BWBR0036979
Geldig vanaf 2015-09-02
Artikel 11
Subsidieregeling TeamAlert 2015
1. In aanvulling op de artikelen 4:68, 4:69en 4:70 van de wetgelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:
a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk op het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van het geraamde subsidiebedrag van een project van meer dan 10% onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;
c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerde project niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. het doen van een schriftelijke melding aan de minister, vergezeld van een herziene liquiditeitenprognose, indien de gemaakte subsidiabele kosten op de laatste dag van elk kalenderkwartaal 75% of minder bedragen van de voor dat desbetreffende kwartaal begrote subsidiabele kosten; de melding geschiedt binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal;
e. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
f. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan een gesubsidieerde project, product of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
g. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerde project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 2, eerste lid, omschreven doelen van deze regeling;
h. het in acht nemen van het controleprotocol, en
i. het informeren van de minister over het wijzigen van de statuten van de subsidieontvanger.
2. De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:
a. verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van subsidieontvanger alsmede aan de resultaten ervan;
b. verplichtingen opleggen met betrekking tot het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten van subsidieontvanger gerichte informatie;
c. verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkrijgen van andere financiële middelen, of
d. andere verplichtingen opleggen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:
a. een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds, en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder f., en
c. geen staatssteun wordt verleend aan ondernemingen middels de subsidie.
a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk op het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van het geraamde subsidiebedrag van een project van meer dan 10% onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;
c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerde project niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. het doen van een schriftelijke melding aan de minister, vergezeld van een herziene liquiditeitenprognose, indien de gemaakte subsidiabele kosten op de laatste dag van elk kalenderkwartaal 75% of minder bedragen van de voor dat desbetreffende kwartaal begrote subsidiabele kosten; de melding geschiedt binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal;
e. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
f. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan een gesubsidieerde project, product of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
g. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerde project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 2, eerste lid, omschreven doelen van deze regeling;
h. het in acht nemen van het controleprotocol, en
i. het informeren van de minister over het wijzigen van de statuten van de subsidieontvanger.
2. De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:
a. verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van subsidieontvanger alsmede aan de resultaten ervan;
b. verplichtingen opleggen met betrekking tot het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten van subsidieontvanger gerichte informatie;
c. verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkrijgen van andere financiële middelen, of
d. andere verplichtingen opleggen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:
a. een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds, en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder f., en
c. geen staatssteun wordt verleend aan ondernemingen middels de subsidie.