BWBR0036974
Geldig vanaf 2015-09-01
Artikel 3
Tijdelijke vrijstellingsregeling uitrijden dierlijke meststoffen 2015 voor bedrijven met muizenschade
Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. het grasland behoort tot een bedrijf waarvan ten minste 5% van de oppervlakte grasland die bij het bedrijf in gebruik was in 2014 ernstig is beschadigd als gevolg van vraat van dieren die in de graszode leven,
b. het grasland behoort tot een bedrijf waarvan de verwachte grasopbrengst van het beschadigde areaal ten minste 25% lager is dan wanneer geen vraat plaats zou hebben gevonden,
c. de schade, de oorzaak daarvan en de opbrengstderving zijn vastgesteld door het Faunafonds en vastgelegd in een rapport dat wordt bewaard in de administratie, bedoeld in artikel 32, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, van het bedrijf waartoe het grasland behoort en
d. het beschadigde areaal is opnieuw ingezaaid met gras.
a. het grasland behoort tot een bedrijf waarvan ten minste 5% van de oppervlakte grasland die bij het bedrijf in gebruik was in 2014 ernstig is beschadigd als gevolg van vraat van dieren die in de graszode leven,
b. het grasland behoort tot een bedrijf waarvan de verwachte grasopbrengst van het beschadigde areaal ten minste 25% lager is dan wanneer geen vraat plaats zou hebben gevonden,
c. de schade, de oorzaak daarvan en de opbrengstderving zijn vastgesteld door het Faunafonds en vastgelegd in een rapport dat wordt bewaard in de administratie, bedoeld in artikel 32, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, van het bedrijf waartoe het grasland behoort en
d. het beschadigde areaal is opnieuw ingezaaid met gras.