BWBR0036973
Geldig vanaf 2018-09-18
Artikel 7
Instellingsbesluit Commissie macrodoelmatigheid mbo
1. Waar het gaat om de taken, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met c, legt de commissie haar oordeel naar aanleiding van een onderzoek vast in een rapport.
2. De commissie zendt uiterlijk 13 weken na het starten van het onderzoek dit rapport aan de minister. Indien het rapport niet binnen 13 weken kan worden toegezonden, stelt de commissie de minister daarvan in kennis. De minister bepaalt in overleg met de commissie de termijn waarbinnen het rapport alsnog toegezonden dient te worden.
3. Alvorens dit rapport vast te stellen en de minister te adviseren, stelt de commissie het bevoegd gezag van de betrokken instelling of instellingen in de gelegenheid kennis te nemen van het ontwerprapport. Indien het ontwerprapport feitelijke onjuistheden bevat kan het bevoegd gezag van de betrokken instelling of instellingen deze binnen de gestelde termijn kenbaar maken aan de commissie. Wanneer het ontwerprapport daartoe aanleiding geeft kan het bevoegd gezag van de betrokken instelling of instellingen aangeven aan welke aanbeveling(en) uit het ontwerprapport het navolging zal geven.
4. Na de gestelde termijn wordt het rapport vastgesteld. Eventueel door het bevoegd gezag overgenomen aanbevelingen uit het ontwerprapport worden in het vast te stellen rapport vermeld.
2. De commissie zendt uiterlijk 13 weken na het starten van het onderzoek dit rapport aan de minister. Indien het rapport niet binnen 13 weken kan worden toegezonden, stelt de commissie de minister daarvan in kennis. De minister bepaalt in overleg met de commissie de termijn waarbinnen het rapport alsnog toegezonden dient te worden.
3. Alvorens dit rapport vast te stellen en de minister te adviseren, stelt de commissie het bevoegd gezag van de betrokken instelling of instellingen in de gelegenheid kennis te nemen van het ontwerprapport. Indien het ontwerprapport feitelijke onjuistheden bevat kan het bevoegd gezag van de betrokken instelling of instellingen deze binnen de gestelde termijn kenbaar maken aan de commissie. Wanneer het ontwerprapport daartoe aanleiding geeft kan het bevoegd gezag van de betrokken instelling of instellingen aangeven aan welke aanbeveling(en) uit het ontwerprapport het navolging zal geven.
4. Na de gestelde termijn wordt het rapport vastgesteld. Eventueel door het bevoegd gezag overgenomen aanbevelingen uit het ontwerprapport worden in het vast te stellen rapport vermeld.