BWBR0036955
Geldig vanaf 2016-06-16
Artikel 1b
Regeling sluiting luchtruim nationale herdenkingen
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder NOTAM: Notice to Airmen, een bericht aan luchtvarenden gedistribueerd via een communicatienetwerk voor luchtverkeersdiensten met inlichtingen over de instelling, toestand of verandering van enige luchtvaartfaciliteit, -dienstverlening, -procedure of -gevaar, waarvan het noodzakelijk is dat personen die betrokken zijn bij de vluchtvoorbereiding en -uitvoering daarvan tijdig kennis nemen.
2. Ter bescherming van militaire luchtvaartuigen die deelnemen aan ceremoniële langsvluchten, wordt het uitoefenen van het burgerluchtverkeer jaarlijks verboden, in de gebieden:
a. met de laterale grenzen van 50°51’47” NB 005°45’09” OL, 50°49’13” NB 005°58’27” OL, 50°45’30” NB 005°56’39” OL en 50°48’04” NB 005°43’22” OL, en verticaal begrensd van grondniveau tot een hoogte van 3.000 voet AMSL, ten behoeve van de Margraten Memorial Day op de militaire begraafplaats in Margraten, op de laatste zondag van de maand mei;
b. met een straal van 5 NM rondom het coördinaat 52°07’44.91” NB 005°16’45.78” OL, van grondniveau tot een hoogte van FL 90, ten behoeve van de Nationale Dodenherdenking op de voormalige vliegbasis Soesterberg, op 4 mei;
c. met een straal van 3 NM rondom het coördinaat 51°10’19” NB 005°59’34” OL, van grondniveau tot 3.000 voet AMSL, ten behoeve van de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 in Roermond, op de eerste zaterdag van september.
3. Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt slechts, indien dat per NOTAM bekend is gemaakt en gedurende de periode die in de NOTAM is genoemd.
4. Een ceremoniële langsvlucht als bedoeld in het tweede lid wordt uitgevoerd overeenkomstig de zichtvliegvoorschriften, bedoeld in deel 5 van de bijlage bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PbEU 2012, L 281).
5. Onverminderd het vierde lid geldt voor een ceremoniële langsvlucht als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, een minimumvlieghoogte van 150 meter boven de grond of het water (500 voet AGL).
2. Ter bescherming van militaire luchtvaartuigen die deelnemen aan ceremoniële langsvluchten, wordt het uitoefenen van het burgerluchtverkeer jaarlijks verboden, in de gebieden:
a. met de laterale grenzen van 50°51’47” NB 005°45’09” OL, 50°49’13” NB 005°58’27” OL, 50°45’30” NB 005°56’39” OL en 50°48’04” NB 005°43’22” OL, en verticaal begrensd van grondniveau tot een hoogte van 3.000 voet AMSL, ten behoeve van de Margraten Memorial Day op de militaire begraafplaats in Margraten, op de laatste zondag van de maand mei;
b. met een straal van 5 NM rondom het coördinaat 52°07’44.91” NB 005°16’45.78” OL, van grondniveau tot een hoogte van FL 90, ten behoeve van de Nationale Dodenherdenking op de voormalige vliegbasis Soesterberg, op 4 mei;
c. met een straal van 3 NM rondom het coördinaat 51°10’19” NB 005°59’34” OL, van grondniveau tot 3.000 voet AMSL, ten behoeve van de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 in Roermond, op de eerste zaterdag van september.
3. Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt slechts, indien dat per NOTAM bekend is gemaakt en gedurende de periode die in de NOTAM is genoemd.
4. Een ceremoniële langsvlucht als bedoeld in het tweede lid wordt uitgevoerd overeenkomstig de zichtvliegvoorschriften, bedoeld in deel 5 van de bijlage bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PbEU 2012, L 281).
5. Onverminderd het vierde lid geldt voor een ceremoniële langsvlucht als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, een minimumvlieghoogte van 150 meter boven de grond of het water (500 voet AGL).