BWBR0036932
Geldig vanaf 2015-08-15
Artikel 5
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit WBJA 2015
1. Het hoofd van de afdeling JA-BBS is verantwoordelijk voor de volgende taken ten aanzien van subsidies, bijstand en bedrijfsjuridische aangelegenheden:
a. het bevorderen van de kwaliteit van de wet- en regelgeving en van het juridisch handelen van het ministerie;
b. het behandelen van nationale juridische aspecten van departements- en rijksbrede onderwerpen;
c. het adviseren over nationale juridische vraagstukken en het adviseren over en het behandelen en instellen van procedures, waaronder bezwaar- en (hoger)beroepsprocedures, met uitzondering van geschillen en gerechtelijke procedures van (ex)medewerkers inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking.
2. Het hoofd van de afdeling JA-BBS is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het adviseren over en behandelen van nationale juridische vraagstukken en procedures met betrekking tot de Wet open overheid;
b. het adviseren en coördineren van aangelegenheden betreffende klachten tegen het ministerie ingediend bij de Nationale ombudsman, met uitzondering van klachten ingediend door (ex-)medewerkers van het ministerie verband houdende met de dienstbetrekking;
c. het adviseren over en behandelen van civiele aangelegenheden;
d. het onderhouden van de contacten met de Landsadvocaat.
a. het bevorderen van de kwaliteit van de wet- en regelgeving en van het juridisch handelen van het ministerie;
b. het behandelen van nationale juridische aspecten van departements- en rijksbrede onderwerpen;
c. het adviseren over nationale juridische vraagstukken en het adviseren over en het behandelen en instellen van procedures, waaronder bezwaar- en (hoger)beroepsprocedures, met uitzondering van geschillen en gerechtelijke procedures van (ex)medewerkers inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking.
2. Het hoofd van de afdeling JA-BBS is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het adviseren over en behandelen van nationale juridische vraagstukken en procedures met betrekking tot de Wet open overheid;
b. het adviseren en coördineren van aangelegenheden betreffende klachten tegen het ministerie ingediend bij de Nationale ombudsman, met uitzondering van klachten ingediend door (ex-)medewerkers van het ministerie verband houdende met de dienstbetrekking;
c. het adviseren over en behandelen van civiele aangelegenheden;
d. het onderhouden van de contacten met de Landsadvocaat.