BWBR0036924
Geldig vanaf 2015-09-14
Artikel 5
Mandaatbesluit IND Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015
1. Aan de hoofddirecteur blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot inhuur van uitzendkrachten dan wel andere externen;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur of software;
g. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000;
h. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.
2. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering de bevoegdheid verleend tot het aanschaffen van ICT-apparatuur of software voor bedragen tot 300.000.
3. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Juridische Zaken de bevoegdheid verleend tot inhuur van de dienstverlening van de landsadvocaat.
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot inhuur van uitzendkrachten dan wel andere externen;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur of software;
g. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000;
h. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.
2. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering de bevoegdheid verleend tot het aanschaffen van ICT-apparatuur of software voor bedragen tot 300.000.
3. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Juridische Zaken de bevoegdheid verleend tot inhuur van de dienstverlening van de landsadvocaat.