BWBR0036915
Geldig vanaf 01-01-2016
Artikel 3
Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wachttijd polikliniek: het aantal weken tussen het moment dat een patiënt een afspraak maakt voor de polikliniek tot het moment dat de patiënt terecht kan, waarbij wordt gekozen voor de 3e mogelijkheid in het afsprakenregister op het moment dat de patiënt de afspraak maakt.
b. wachttijd behandeling: de mediaan van de wachttijd van alle afgesloten1De afgesloten DBC’s hoeven nog niet gedeclareerd te zijn, maar wel gereed te zijn voor declaratie, ofwel door de Grouper afgeleid zijn. DBC-zorgproducten in de afgelopen drie maanden behorende bij een bepaalde behandeling.
c. wachttijd diagnostiek: het aantal weken tussen het moment dat de patiënt van buiten de instelling een afspraak maakt voor gebruik van een diagnostische techniek tot het moment van toepassing van de diagnostiek, waarbij wordt gekozen voor de 3e mogelijkheid in het afsprakenregister in de actuele situatie.
d. vestigingslocatie: locatie waar medisch specialistische zorg of diensten geleverd worden.
e. actuele situatie: ruimte voor het maken van afspraken in het afsprakenregister aan het begin van de maand waarvoor de wachttijden gepubliceerd worden.
f. retrospectieve wachttijden: de gemiddelde effectieve wachttijd van de laatste drie maanden.
g. DBC-zorgproduct: een declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten via de beslisbomen; een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.
h. subtraject: een afgebakende periode binnen het zorgtraject van de patiënt die op een vooraf bepaald moment wordt afgesloten. Dat moment wordt bepaald door de sluitregels in het hoofdstuk ‘Registreren’ van de Regeling ‘Medisch specialistische zorg’. Een subtraject kan door een grouper worden afgeleid tot een (DBC-)zorgproduct of een uitvalproduct.
i. kenmerkende zorgactiviteiten: zorgactiviteiten die bepalen of een DBC-zorgproduct meegenomen moet worden bij de bepaling van de wachttijd voor een bepaalde behandeling (in bijlage 2 is een overzicht van de kenmerkende zorgactiviteiten opgenomen).
a. wachttijd polikliniek: het aantal weken tussen het moment dat een patiënt een afspraak maakt voor de polikliniek tot het moment dat de patiënt terecht kan, waarbij wordt gekozen voor de 3e mogelijkheid in het afsprakenregister op het moment dat de patiënt de afspraak maakt.
b. wachttijd behandeling: de mediaan van de wachttijd van alle afgesloten1De afgesloten DBC’s hoeven nog niet gedeclareerd te zijn, maar wel gereed te zijn voor declaratie, ofwel door de Grouper afgeleid zijn. DBC-zorgproducten in de afgelopen drie maanden behorende bij een bepaalde behandeling.
c. wachttijd diagnostiek: het aantal weken tussen het moment dat de patiënt van buiten de instelling een afspraak maakt voor gebruik van een diagnostische techniek tot het moment van toepassing van de diagnostiek, waarbij wordt gekozen voor de 3e mogelijkheid in het afsprakenregister in de actuele situatie.
d. vestigingslocatie: locatie waar medisch specialistische zorg of diensten geleverd worden.
e. actuele situatie: ruimte voor het maken van afspraken in het afsprakenregister aan het begin van de maand waarvoor de wachttijden gepubliceerd worden.
f. retrospectieve wachttijden: de gemiddelde effectieve wachttijd van de laatste drie maanden.
g. DBC-zorgproduct: een declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten via de beslisbomen; een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.
h. subtraject: een afgebakende periode binnen het zorgtraject van de patiënt die op een vooraf bepaald moment wordt afgesloten. Dat moment wordt bepaald door de sluitregels in het hoofdstuk ‘Registreren’ van de Regeling ‘Medisch specialistische zorg’. Een subtraject kan door een grouper worden afgeleid tot een (DBC-)zorgproduct of een uitvalproduct.
i. kenmerkende zorgactiviteiten: zorgactiviteiten die bepalen of een DBC-zorgproduct meegenomen moet worden bij de bepaling van de wachttijd voor een bepaalde behandeling (in bijlage 2 is een overzicht van de kenmerkende zorgactiviteiten opgenomen).
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036915
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl