BWBR0036895
Geldig vanaf 2015-07-29
Artikel 3
Regeling rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens
1. Indien Onze Minister voornemens is de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van diens benoemingstermijn, bedoeld in artikel 53, derde lid, van de wet, niet voor herbenoeming voor te dragen, doet Onze Minister daarvan aan betrokkene uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van die termijn schriftelijk mededeling.
2. Indien de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van zijn benoemingstermijn niet voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, geeft hij hiervan uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn kennis aan Onze Minister.
3. Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.
2. Indien de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van zijn benoemingstermijn niet voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, geeft hij hiervan uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn kennis aan Onze Minister.
3. Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.