BWBR0036893
Geldig vanaf 2015-08-10
Artikel 6
Regeling restcapaciteit bovenregionale kavel 2015
1. Bij de toepassing van dit artikel worden alleen die aanvragen in aanmerking genomen die voldoen aan het gestelde in deze regeling en die niet op grond van artikel 3.18 van de wetworden afgewezen.
2. Bij voorrang wordt desgevraagd één capaciteitseenheid per allotment toegedeeld voor aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal aanvragen voor dit gebruik in een allotment de in dat allotment beschikbare frequentiecapaciteit overtreft, wordt deze capaciteit op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
3. Van de frequentiecapaciteit die na toepassing van het tweede lid in een allotment nog beschikbaar is, wordt vervolgens desgevraagd één capaciteitseenheid per aanvrager toegedeeld voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal aanvragers dat ten minste één capaciteitseenheid voor een allotment heeft aangevraagd voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening, groter is dan het aantal in dat allotment beschikbare capaciteitseenheden, wordt de capaciteit in dat allotment op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
4. Van de frequentiecapaciteit die na toepassing van het derde lid in een allotment nog beschikbaar is, worden vervolgens desgevraagd een of meer capaciteitseenheden toegedeeld aan de aanvrager die meer dan één capaciteitseenheid voor dat allotment heeft aangevraagd voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal voor dat ander gebruik gevraagde capaciteitseenheden verminderd met het aantal op grond van het derde lid verdeelde capaciteitseenheden groter is dan het aantal in dat allotment na toepassing van het derde lid beschikbare capaciteitseenheden, wordt de capaciteit in dat allotment op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
5. Bij de verdeling op volgorde van binnenkomst op grond van de tweede volzin van het tweede, derde en vierde lid, wordt uitgegaan van het volgnummer dat is toegekend overeenkomstig artikel 3, tweede tot en met vierde lid, en in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig artikel 5, vierde lid.
6. Voor overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid toegedeelde frequentiecapaciteit verleent de minister aan de desbetreffende aanvrager één vergunning per capaciteitseenheid.
7. Voor zover de aanvragen niet op grond van het zesde lid worden toegewezen, worden zij afgewezen.
2. Bij voorrang wordt desgevraagd één capaciteitseenheid per allotment toegedeeld voor aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal aanvragen voor dit gebruik in een allotment de in dat allotment beschikbare frequentiecapaciteit overtreft, wordt deze capaciteit op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
3. Van de frequentiecapaciteit die na toepassing van het tweede lid in een allotment nog beschikbaar is, wordt vervolgens desgevraagd één capaciteitseenheid per aanvrager toegedeeld voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal aanvragers dat ten minste één capaciteitseenheid voor een allotment heeft aangevraagd voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening, groter is dan het aantal in dat allotment beschikbare capaciteitseenheden, wordt de capaciteit in dat allotment op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
4. Van de frequentiecapaciteit die na toepassing van het derde lid in een allotment nog beschikbaar is, worden vervolgens desgevraagd een of meer capaciteitseenheden toegedeeld aan de aanvrager die meer dan één capaciteitseenheid voor dat allotment heeft aangevraagd voor een ander gebruik dan aanvulling van de simulcastvoorziening. Indien het aantal voor dat ander gebruik gevraagde capaciteitseenheden verminderd met het aantal op grond van het derde lid verdeelde capaciteitseenheden groter is dan het aantal in dat allotment na toepassing van het derde lid beschikbare capaciteitseenheden, wordt de capaciteit in dat allotment op volgorde van binnenkomst van de aanvragen verdeeld.
5. Bij de verdeling op volgorde van binnenkomst op grond van de tweede volzin van het tweede, derde en vierde lid, wordt uitgegaan van het volgnummer dat is toegekend overeenkomstig artikel 3, tweede tot en met vierde lid, en in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig artikel 5, vierde lid.
6. Voor overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid toegedeelde frequentiecapaciteit verleent de minister aan de desbetreffende aanvrager één vergunning per capaciteitseenheid.
7. Voor zover de aanvragen niet op grond van het zesde lid worden toegewezen, worden zij afgewezen.