BWBR0036872
Geldig vanaf 24-07-2015
Artikel 2.5
Regeling Professionalisering Cultuuronderwijs PO
1. Geen subsidie wordt verleend voor begrote kosten van projecten die voor de datum van indiening van de aanvraag ten behoeve van het project zijn ontwikkeld of uitgevoerd.
2. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie worden alleen variabele projectkosten in aanmerking genomen die relevant zijn in het licht van de doelstelling van de regeling zoals omschreven in artikel 1.2.
3. Aan visietrajecten op bestuursniveau als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder a, mag maximaal 10% van de subsidie worden besteed.
4. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt het matching principe toegepast. De subsidieaanvrager dient ten minste 50% van de totale variabele projectkosten met eigen middelen te matchen. Deze middelen mogen ook gekapitaliseerde uren zijn.
2. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie worden alleen variabele projectkosten in aanmerking genomen die relevant zijn in het licht van de doelstelling van de regeling zoals omschreven in artikel 1.2.
3. Aan visietrajecten op bestuursniveau als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder a, mag maximaal 10% van de subsidie worden besteed.
4. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt het matching principe toegepast. De subsidieaanvrager dient ten minste 50% van de totale variabele projectkosten met eigen middelen te matchen. Deze middelen mogen ook gekapitaliseerde uren zijn.
- Citeren als
- Art. 2.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036872
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl