BWBR0036848
Geldig vanaf 2015-07-18
Artikel 3
Besluit taakuitoefening IGZ
1. Een aanwijzing die betrekking heeft op de inspectie, wordt schriftelijk gegeven door de minister aan de inspecteur-generaal.
2. De minister geeft aan de inspectie geen aanwijzingen ten aanzien van:
a. de wijze waarop een onderzoek wordt verricht, en
b. de bevindingen, oordelen of adviezen die de inspectie doet of vaststelt.
3. Indien de minister een aanwijzing geeft doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de beide kamers der Staten-Generaal.
4. De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan de inspectie wordt niet gemandateerd.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op aanwijzingen die betrekking hebben op de bedrijfsmatige aspecten van de inspectie.
2. De minister geeft aan de inspectie geen aanwijzingen ten aanzien van:
a. de wijze waarop een onderzoek wordt verricht, en
b. de bevindingen, oordelen of adviezen die de inspectie doet of vaststelt.
3. Indien de minister een aanwijzing geeft doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de beide kamers der Staten-Generaal.
4. De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan de inspectie wordt niet gemandateerd.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op aanwijzingen die betrekking hebben op de bedrijfsmatige aspecten van de inspectie.