BWBR0036820
Geldig vanaf 2015-07-11
Artikel 66
Organisatiebesluit Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015
1. Elk onderdeel dat ressorteert onder de in artikel 2genoemde dienstonderdelen ontwerpt en onderhoudt een organisatierapport en een formatierapport en, voor zover van toepassing, een taakbesluit en een baten-lastendienstregeling.
2. Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder a, b, g en h, is de secretaris-generaal bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
3. Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder c, d, e en f, is de directeur-generaal onder wie het onderdeel ressorteert, bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
4. De secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal kan de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde bevoegdheid mandateren aan een onder hem ressorterende ambtenaar.
5. Alvorens een document als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld, behoeft dit de instemming van de bestuursraad, indien er sprake is van financiële meeruitgaven of een uitbreiding van de personele formatie. De directeur Financieel Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie adviseren de bestuursraad alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.
2. Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder a, b, g en h, is de secretaris-generaal bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
3. Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder c, d, e en f, is de directeur-generaal onder wie het onderdeel ressorteert, bevoegd het document namens de minister vast te stellen.
4. De secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal kan de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde bevoegdheid mandateren aan een onder hem ressorterende ambtenaar.
5. Alvorens een document als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld, behoeft dit de instemming van de bestuursraad, indien er sprake is van financiële meeruitgaven of een uitbreiding van de personele formatie. De directeur Financieel Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie adviseren de bestuursraad alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.