BWBR0036820
Geldig vanaf 2015-07-11
Artikel 3
Organisatiebesluit Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015
1. De secretaris-generaal is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de leiding van de in artikel 2genoemde dienstonderdelen.
2. De secretaris-generaal wordt bij afwezigheid vervangen door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vindt vervanging plaats door een van de directeuren-generaal of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, in volgorde van de datum van benoeming.
3. De hoofden van de clusters zijn belast met de beleids- en bedrijfsvoering van de tot hun cluster behorende onderdelen.
4. Eén van de tot het directoraat-generaal behorende directeuren wordt op voordracht van de desbetreffende directeur-generaal namens de minister door de secretaris-generaal aangewezen als plaatsvervangend directeur-generaal. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de plaatsvervangend secretaris-generaal en het hoofd van de Inspectie Veiligheid en Justitie.
5. De secretaris-generaal (voorzitter), de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vormen samen de bestuursraad. De bestuursraad formuleert de ministeriebrede en gemeenschappelijke kaders en bewaakt dat de activiteiten en het beleid van de onderscheiden clusters daarbinnen blijven.
De voorzitter van het College van procureurs-generaal, de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de hoofddirecteur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de korpschef van de Nationale Politie nemen als toehoorder deel aan de bestuursraad.
2. De secretaris-generaal wordt bij afwezigheid vervangen door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vindt vervanging plaats door een van de directeuren-generaal of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, in volgorde van de datum van benoeming.
3. De hoofden van de clusters zijn belast met de beleids- en bedrijfsvoering van de tot hun cluster behorende onderdelen.
4. Eén van de tot het directoraat-generaal behorende directeuren wordt op voordracht van de desbetreffende directeur-generaal namens de minister door de secretaris-generaal aangewezen als plaatsvervangend directeur-generaal. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de plaatsvervangend secretaris-generaal en het hoofd van de Inspectie Veiligheid en Justitie.
5. De secretaris-generaal (voorzitter), de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vormen samen de bestuursraad. De bestuursraad formuleert de ministeriebrede en gemeenschappelijke kaders en bewaakt dat de activiteiten en het beleid van de onderscheiden clusters daarbinnen blijven.
De voorzitter van het College van procureurs-generaal, de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de hoofddirecteur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de korpschef van de Nationale Politie nemen als toehoorder deel aan de bestuursraad.