BWBR0036798
Geldig vanaf 09-07-2015
Artikel 4
Regeling Monitoring Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen
1. Zorgkantoren als bedoeld in artikel 1 zijn voor het budgetjaar 2015 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken van het totaalbedrag aan budgethouders toegekende budgetten (toegekende trekkingsrechten) PGB voor het lopende jaar, de reserveringen PGB tot einde lopende jaar en de reserveringen voor het volgende jaar.
2. Zorgkantoren zijn verplicht de NZa vóór, doch uiterlijk 15 juli van het jaar t een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van de feitelijke uitgaven van het PGB in het jaar t-1. Dit lid is pas van toepassing in 2016.
3. Voor de opgaven bedoeld in het eerste en tweede lid moet gebruik worden gemaakt van het hiertoe bestemde formulier, dat door de NZa beschikbaar wordt gesteld.
4. De opgave bedoeld in het eerste lid van dit artikel moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand. De opgave is compleet indien deze het volledig ingevulde digitale formulier bevat en ten minste de volgende gegevens:
– aantal budgethouders PGB;
– toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) voor PGB- houders voor het jaar t;
– gereserveerd bedrag PGB vanaf het moment van opgave tot einde jaar t;
– gereserveerde bedrag PGB voor het jaar t+1;
– aantal cliënten op wachtlijst voor toekenning van een PGB;
– onderbouwing van afwijkingen ten opzichte van de cijfers van voorgaande periodes.
5. De opgave bedoeld in het tweede lid van dit artikel is compleet indien deze ten minste de volgende onderdelen bevat:
– totaal aantal budgethouders PGB, met een peildatum op 31 december jaar t-1;
– toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) voor het jaar t-1; Deze opgave sluit aan bij de gegevens uit de maandopgaven. Een afwijking hierin moet worden toegelicht;
– totaal feitelijke uitgaven PGB, peildatum 31 december jaar t-1.’
2. Zorgkantoren zijn verplicht de NZa vóór, doch uiterlijk 15 juli van het jaar t een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van de feitelijke uitgaven van het PGB in het jaar t-1. Dit lid is pas van toepassing in 2016.
3. Voor de opgaven bedoeld in het eerste en tweede lid moet gebruik worden gemaakt van het hiertoe bestemde formulier, dat door de NZa beschikbaar wordt gesteld.
4. De opgave bedoeld in het eerste lid van dit artikel moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand. De opgave is compleet indien deze het volledig ingevulde digitale formulier bevat en ten minste de volgende gegevens:
– aantal budgethouders PGB;
– toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) voor PGB- houders voor het jaar t;
– gereserveerd bedrag PGB vanaf het moment van opgave tot einde jaar t;
– gereserveerde bedrag PGB voor het jaar t+1;
– aantal cliënten op wachtlijst voor toekenning van een PGB;
– onderbouwing van afwijkingen ten opzichte van de cijfers van voorgaande periodes.
5. De opgave bedoeld in het tweede lid van dit artikel is compleet indien deze ten minste de volgende onderdelen bevat:
– totaal aantal budgethouders PGB, met een peildatum op 31 december jaar t-1;
– toegekende budgetten (afgegeven trekkingsrechten) voor het jaar t-1; Deze opgave sluit aan bij de gegevens uit de maandopgaven. Een afwijking hierin moet worden toegelicht;
– totaal feitelijke uitgaven PGB, peildatum 31 december jaar t-1.’
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036798
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl