BWBR0036791
Geldig vanaf 2015-07-08
Artikel 6
Besluit risico's zware ongevallen 2015
1. De exploitant zendt het bevoegd gezag een kennisgeving met daarin:
a. de naam of handelsnaam van de exploitant;
b. het volledige adres van de inrichting;
c. de zetel van de exploitant en het adres ervan, indien dat afwijkt van onderdeel b;
d. de naam en functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien die persoon niet de exploitant is;
e. de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen en de categorie van stoffen te identificeren die in de inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn;
f. een lijst met de hoeveelheden, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig kunnen zijn in de inrichting;
g. de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend;
h. informatie over de onmiddellijke omgeving van de inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken.
2. De exploitant van een hogedrempelinrichting neemt in de kennisgeving tevens het groepsrisico en het plaatsgebonden risico, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016767/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel j, onderscheidenlijk onderdeel o, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen</a>, van de inrichting op.
3. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, of de actualisering ervan wordt door de exploitant aan het bevoegd gezag gezonden:
a. voor nieuwe inrichtingen, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning;
b. voor bestaande inrichtingen en andere inrichtingen, binnen één jaar, gerekend vanaf de datum waarop dit besluit van toepassing is geworden op de inrichting.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien:
a. de exploitant reeds voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit een kennisgeving heeft verzonden of de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, reeds heeft ingediend bij het bevoegd gezag bij de aanvraag om een omgevingsvergunning;
b. de daarin vervatte gegevens voldoen aan het eerste en tweede lid; en
c. die gegevens ongewijzigd zijn.
5. De exploitant stelt het bevoegd gezag in kennis van:
a. een significante verhoging of verlaging van de hoeveelheid gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen;
b. een significante wijziging van: 1°. de aard of de fysische vorm van een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen;
2°. de processen waarbij een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen wordt gebruikt;
1°. de aard of de fysische vorm van een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen;
2°. de processen waarbij een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen wordt gebruikt;
c. wijzigingen van een inrichting of een installatie die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de gevaren van zware ongevallen;
d. de definitieve sluiting van de inrichting of de ontmanteling ervan; of
e. wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d.
6. De exploitant stelt het bevoegd gezag in kennis van de wijzigingen, bedoeld in het vijfde lid, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning of ruim voordat de wijziging plaatsvindt.
7. De exploitant zorgt er voor dat de lijst met de gevaarlijke stoffen door een ieder kan worden geraadpleegd.
8. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid en Justitie, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en vijfde tot en met zevende lid.
a. de naam of handelsnaam van de exploitant;
b. het volledige adres van de inrichting;
c. de zetel van de exploitant en het adres ervan, indien dat afwijkt van onderdeel b;
d. de naam en functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien die persoon niet de exploitant is;
e. de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen en de categorie van stoffen te identificeren die in de inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn;
f. een lijst met de hoeveelheden, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig kunnen zijn in de inrichting;
g. de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend;
h. informatie over de onmiddellijke omgeving van de inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken.
2. De exploitant van een hogedrempelinrichting neemt in de kennisgeving tevens het groepsrisico en het plaatsgebonden risico, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016767/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel j, onderscheidenlijk onderdeel o, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen</a>, van de inrichting op.
3. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, of de actualisering ervan wordt door de exploitant aan het bevoegd gezag gezonden:
a. voor nieuwe inrichtingen, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning;
b. voor bestaande inrichtingen en andere inrichtingen, binnen één jaar, gerekend vanaf de datum waarop dit besluit van toepassing is geworden op de inrichting.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien:
a. de exploitant reeds voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit een kennisgeving heeft verzonden of de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, reeds heeft ingediend bij het bevoegd gezag bij de aanvraag om een omgevingsvergunning;
b. de daarin vervatte gegevens voldoen aan het eerste en tweede lid; en
c. die gegevens ongewijzigd zijn.
5. De exploitant stelt het bevoegd gezag in kennis van:
a. een significante verhoging of verlaging van de hoeveelheid gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen;
b. een significante wijziging van: 1°. de aard of de fysische vorm van een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen;
2°. de processen waarbij een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen wordt gebruikt;
1°. de aard of de fysische vorm van een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen;
2°. de processen waarbij een gevaarlijke stof die is opgenomen in de lijst van de gevaarlijke stoffen wordt gebruikt;
c. wijzigingen van een inrichting of een installatie die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de gevaren van zware ongevallen;
d. de definitieve sluiting van de inrichting of de ontmanteling ervan; of
e. wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d.
6. De exploitant stelt het bevoegd gezag in kennis van de wijzigingen, bedoeld in het vijfde lid, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning of ruim voordat de wijziging plaatsvindt.
7. De exploitant zorgt er voor dat de lijst met de gevaarlijke stoffen door een ieder kan worden geraadpleegd.
8. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid en Justitie, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en vijfde tot en met zevende lid.