BWBR0036713
Geldig vanaf 25-06-2015
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2015
1. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College, dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ en onder vermelding aan het slot van ‘Commissariaat voor de Media’, gevolgd door de naam en functie van de voorzitter en het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft.
2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door het College, wordt ondertekend door de voorzitter en het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft. In het geval dat het onderwerp binnen het aandachtsgebied van de voorzitter valt, wordt het document ondertekend door de voorzitter en één van de twee andere leden van het College, ongeacht het aandachtsgebied.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter of het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft, wordt het door het College vastgestelde document ondertekend door de voorzitter dan wel het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft en het andere lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
4. Bij ontstentenis van twee leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door het aanwezige lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.) en de secretaris van het College onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
5. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de secretaris van het College onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
6. Bij ontstentenis van alle leden van het College en de secretaris van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.)
7. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College overeenkomstig artikel 2 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ en onder vermelding aan het slot van ’Commissariaat voor de Media’, gevolgd door de naam en functie van het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft.
8. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft.
9. Bij ontstentenis van het betrokken lid van het College wordt het document ondertekend door een ander lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.)
10. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel een der in artikel 3 genoemde andere functionarissen onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
11. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling namens het College overeenkomstig de artikelen 3 en 4 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ gevolgd door de naam en functie van de functionaris wiens werkterrein het betreft.
12. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door de functionaris wiens werkterrein het betreft.
13. Bij ontstentenis van de betrokken functionaris wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
14. Bij ontstentenis van de secretaris van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door het College, wordt ondertekend door de voorzitter en het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft. In het geval dat het onderwerp binnen het aandachtsgebied van de voorzitter valt, wordt het document ondertekend door de voorzitter en één van de twee andere leden van het College, ongeacht het aandachtsgebied.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter of het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft, wordt het door het College vastgestelde document ondertekend door de voorzitter dan wel het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft en het andere lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
4. Bij ontstentenis van twee leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door het aanwezige lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.) en de secretaris van het College onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
5. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de secretaris van het College onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
6. Bij ontstentenis van alle leden van het College en de secretaris van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.)
7. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College overeenkomstig artikel 2 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ en onder vermelding aan het slot van ’Commissariaat voor de Media’, gevolgd door de naam en functie van het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft.
8. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door het lid van het College wiens aandachtsgebied het betreft.
9. Bij ontstentenis van het betrokken lid van het College wordt het document ondertekend door een ander lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.)
10. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel een der in artikel 3 genoemde andere functionarissen onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
11. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling namens het College overeenkomstig de artikelen 3 en 4 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ gevolgd door de naam en functie van de functionaris wiens werkterrein het betreft.
12. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door de functionaris wiens werkterrein het betreft.
13. Bij ontstentenis van de betrokken functionaris wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
14. Bij ontstentenis van de secretaris van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036713
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl