BWBR0036673
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 1
Aanwijzingsregeling 2015 ex. artikelen 4, tweede lid, en 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrecht
1. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Bestuursstaf aangewezen:
a. bij de Defensiestaf: 1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6° de Directeur Directie Operaties;
1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6° de Directeur Directie Operaties;
b. bij de Defensie Materieel Organisatie de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
c. bij de Hoofddirectie Personeel de plaatsvervangend Hoofddirecteur Personeel;
d. bij de Hoofddirectie Financiën en Control de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
e. voor het militaire personeel van de Bestuursstaf waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen de Commandant der Strijdkrachten.
2. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als beklagmeerdere aangewezen de Directeur MIVD.
3. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Luchtvaartautoriteit als beklagmeerdere aangewezen de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten.
4. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Diensten Centra aangewezen:
a. de Directeur Bedrijfsvoering;
b. de Commandant Nederlandse Defensie Academie voor militairen die werkzaam zijn aan de Faculteit Militaire Wetenschappen.
5. Als militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) aangewezen:
a. de Commandant Zeestrijdkrachten;
b. de Commandant der Zeemacht in het Caraïbisch gebied.
6. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) aangewezen:
a. de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
b. de Commandant van een schietserie;
c. de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van het Hoofdkwartier van 1 Duits/Nederlands Legerkorps (HQ 1(GE/NL) Corps);
d. de Senior National Staff Officer (NL) van HQ 1(GE/NL) Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion en het CIS Battalion van HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
e. de Senior National Officer (NL) voor het Nederlandse personeel geplaatst bij HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen.
7. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) aangewezen:
a. de Commandant Luchtstrijdkrachten;
b. de plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten;
c. de Commandant van een onderdeel van het Commando Luchtstrijdkrachten;
d. de Commandant van het Defensie Helikopter Commando (DHC) voor het personeel werkzaam op DHC;
e. de Commandant van het Nederlands Administratief Korps Verenigde Staten (NAK VS) ten aanzien van de in de Verenigde Staten aanwezige commandanten van het detachement van het Commando Luchtstrijdkrachten.
f. de National Military Representative Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) tevens Commandant Nederlands Administratief Korps;
g. de plaatsvervangend Commandant basisdiensten van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht;
h. de plaatsvervangend Commandant opleidingen van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht.
8. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Koninklijke marechaussee aangewezen:
a. de Commandant Koninklijke Marechaussee ten aanzien van de Brigadecommandanten, de Sectorcommandanten Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum van de Koninklijke Marechaussee (LOKKmar), de plaatsvervangend Districtcommandanten, de plaatsvervang end Commandant LOKKmar, het hoofd van de Afdeling Handhaving en Toezicht van de Districtstaf District Schiphol, de Commandant Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen, de Directeur Operationele Ondersteuning Dienst Terugkeer en Vertrek en de militairen ten aanzien van wie de plaatsvervangend Commandant Koninklijke Marechaussee als tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
b. de Districtscommandanten;
c. de Commandant LOKKmar;
d. de plaatsvervangend Brigadecommandant van de Brigade Caraïbisch gebied.
9. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Defensie Materieel Organisatie aangewezen:
a. de plaatsvervangend Directeur Defensie Materieel Organisatie;
b. de Directeur Projecten;
c. de Directeur Wapensystemen;
d. de Directeur Logistieke Bedrijven.
10. In geval van uitzendingen worden als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtals beklagmeerdere aangewezen:
a. de Senior National Representative of de Commandant van het Nederlandse Contingentscommando (CONTCO) voor het personeel waarvoor ter plaatse geen beklagmeerdere aanwezig is, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitge zonden Nederlands militair personeel en met uitzondering van het personeel van de MIVD en met uitzondering van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
b. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO de tot straffen bevoegde meerdere is;
c. de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO in het betreffende uitzendgebied;
d. de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
e. het Hoofd Afdeling Inlichtingenondersteuning van de MIVD voor het personeel rechtstreeks ressorterend onder het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
f. de plaatsvervangend Commandant der Koninklijke Marechaussee voor de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
g. de Directeur MIVD voor het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
h. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor geen Senior National Representative of Commandant van een Operationeel Commando is aangewezen.
a. bij de Defensiestaf: 1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6° de Directeur Directie Operaties;
1° de Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
3° de Sous Chef Internationale Militaire Samenwerking voor het personeel ressorterende onder de militaire attachés;
4° de Directeur Directie Operationeel Beleid, Behoeftestelling en Plannen;
5° de Directeur Directie Aansturen Operationele Gereedstelling;
6° de Directeur Directie Operaties;
b. bij de Defensie Materieel Organisatie de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
c. bij de Hoofddirectie Personeel de plaatsvervangend Hoofddirecteur Personeel;
d. bij de Hoofddirectie Financiën en Control de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
e. voor het militaire personeel van de Bestuursstaf waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen de Commandant der Strijdkrachten.
2. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als beklagmeerdere aangewezen de Directeur MIVD.
3. Als andere militair, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtwordt bij de Militaire Luchtvaartautoriteit als beklagmeerdere aangewezen de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten.
4. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Diensten Centra aangewezen:
a. de Directeur Bedrijfsvoering;
b. de Commandant Nederlandse Defensie Academie voor militairen die werkzaam zijn aan de Faculteit Militaire Wetenschappen.
5. Als militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) aangewezen:
a. de Commandant Zeestrijdkrachten;
b. de Commandant der Zeemacht in het Caraïbisch gebied.
6. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) aangewezen:
a. de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
b. de Commandant van een schietserie;
c. de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van het Hoofdkwartier van 1 Duits/Nederlands Legerkorps (HQ 1(GE/NL) Corps);
d. de Senior National Staff Officer (NL) van HQ 1(GE/NL) Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion en het CIS Battalion van HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
e. de Senior National Officer (NL) voor het Nederlandse personeel geplaatst bij HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen.
7. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) aangewezen:
a. de Commandant Luchtstrijdkrachten;
b. de plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten;
c. de Commandant van een onderdeel van het Commando Luchtstrijdkrachten;
d. de Commandant van het Defensie Helikopter Commando (DHC) voor het personeel werkzaam op DHC;
e. de Commandant van het Nederlands Administratief Korps Verenigde Staten (NAK VS) ten aanzien van de in de Verenigde Staten aanwezige commandanten van het detachement van het Commando Luchtstrijdkrachten.
f. de National Military Representative Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) tevens Commandant Nederlands Administratief Korps;
g. de plaatsvervangend Commandant basisdiensten van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht;
h. de plaatsvervangend Commandant opleidingen van het Opleidingscentrum Koninklijke Luchtmacht.
8. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij het Commando Koninklijke marechaussee aangewezen:
a. de Commandant Koninklijke Marechaussee ten aanzien van de Brigadecommandanten, de Sectorcommandanten Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum van de Koninklijke Marechaussee (LOKKmar), de plaatsvervangend Districtcommandanten, de plaatsvervang end Commandant LOKKmar, het hoofd van de Afdeling Handhaving en Toezicht van de Districtstaf District Schiphol, de Commandant Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen, de Directeur Operationele Ondersteuning Dienst Terugkeer en Vertrek en de militairen ten aanzien van wie de plaatsvervangend Commandant Koninklijke Marechaussee als tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
b. de Districtscommandanten;
c. de Commandant LOKKmar;
d. de plaatsvervangend Brigadecommandant van de Brigade Caraïbisch gebied.
9. Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtworden als beklagmeerdere bij de Defensie Materieel Organisatie aangewezen:
a. de plaatsvervangend Directeur Defensie Materieel Organisatie;
b. de Directeur Projecten;
c. de Directeur Wapensystemen;
d. de Directeur Logistieke Bedrijven.
10. In geval van uitzendingen worden als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrechtals beklagmeerdere aangewezen:
a. de Senior National Representative of de Commandant van het Nederlandse Contingentscommando (CONTCO) voor het personeel waarvoor ter plaatse geen beklagmeerdere aanwezig is, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitge zonden Nederlands militair personeel en met uitzondering van het personeel van de MIVD en met uitzondering van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
b. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO de tot straffen bevoegde meerdere is;
c. de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO in het betreffende uitzendgebied;
d. de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
e. het Hoofd Afdeling Inlichtingenondersteuning van de MIVD voor het personeel rechtstreeks ressorterend onder het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
f. de plaatsvervangend Commandant der Koninklijke Marechaussee voor de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
g. de Directeur MIVD voor het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
h. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor geen Senior National Representative of Commandant van een Operationeel Commando is aangewezen.