BWBR0036662
Geldig vanaf 2012-02-01
Artikel 4
Omzettingsregeling luchthaven Midden-Zeeland
1. Op de luchthaven zijn uitsluitend burgervliegtuigen met een maximum startgewicht dat niet hoger is dan 6.000 kg, zweefvliegtuigen en vrije ballonnen toegestaan.
2. Naast het burgerluchtverkeer met een startmassa van minder dan 6.000 kg dat binnen de grenswaarden, bedoeld in artikel 6, is toegestaan, zijn op de luchthaven per gebruiksjaar eveneens toegestaan:
a. maximaal 400 bewegingen met helikopters met een maximum startgewicht van 6000 kg;
b. maximaal 750 bewegingen met gyroplanes;
c. maximaal 400 bewegingen met militaire vliegtuigen of militaire helikopters, onverminderd het bepaalde onder a.
3. Hetgeen is bepaald in het tweede lid, onder c, geldt alleen indien de bewegingen plaatsvinden ten behoeve van vluchten die voor bijzonder personenvervoer noodzakelijk zijn, operationeel noodzakelijke vluchten en oefenvluchten.
2. Naast het burgerluchtverkeer met een startmassa van minder dan 6.000 kg dat binnen de grenswaarden, bedoeld in artikel 6, is toegestaan, zijn op de luchthaven per gebruiksjaar eveneens toegestaan:
a. maximaal 400 bewegingen met helikopters met een maximum startgewicht van 6000 kg;
b. maximaal 750 bewegingen met gyroplanes;
c. maximaal 400 bewegingen met militaire vliegtuigen of militaire helikopters, onverminderd het bepaalde onder a.
3. Hetgeen is bepaald in het tweede lid, onder c, geldt alleen indien de bewegingen plaatsvinden ten behoeve van vluchten die voor bijzonder personenvervoer noodzakelijk zijn, operationeel noodzakelijke vluchten en oefenvluchten.