1. Ten behoeve van de gegevensverstrekking, bedoeld in
artikel 14b, tweede lid, van de wet, levert de verwerker aan de rijksbelastingdienst ten minste eenmaal per kwartaal een overzicht van gecertificeerde ondernemingen of rechtspersonen aan de hand waarvan de rijksbelastingdienst nagaat of zich ten aanzien van deze ondernemingen of rechtspersonen een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in
artikel 14b, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de wet.
2. Het in het eerste lid genoemde overzicht wordt vastgesteld aan de hand van de door de certificerende instellingen aan de verwerker verstrekte gegevens van gecertificeerde ondernemingen.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt ten minste eenmaal per kwartaal aan de hand van het door de verwerker verstrekte overzicht, bedoeld in het eerste lid, door tussenkomst van de verwerker aan de certificerende instelling de volgende gegevens:
a. de naam-, adres- en vestigingsgegevens van de onderneming of rechtspersoon;
b. de indicatie of de onderneming of rechtspersoon in haar, onderscheidenlijk zijn, hoedanigheid van belastingplichtige voor de omzetbelasting of als inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 dan wel als werkgever in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen optreedt;
c. de gegevens, bedoeld in artikel 14b, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de wet.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, zijn de actuele gegevens zoals die bij de rijksbelastingdienst bekend zijn op het moment waarop die gegevens in een overzicht aan de verwerker worden verstrekt, waarbij:
a. voor de gegevens, bedoeld in artikel 14b, tweede lid, onderdeel a, van de wet, bepalend is of de aldaar genoemde omstandigheid in de voorafgaande rapportageperiode is ontstaan;
b. voor de gegevens, bedoeld in artikel 14b, tweede lid, onderdelen b en c, van de wet, bepalend is of de aldaar genoemde omstandigheden ten hoogste tien jaar voorafgaand aan het einde van de voorafgaande rapportageperiode zijn ontstaan en de betreffende betalingen aan het einde van die rapportageperiode nog steeds niet volledig zijn gedaan;
c. voor het gegeven dat een vergrijpboete is opgelegd vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 14b, tweede lid, onderdeel d, van de wet, bepalend is of deze omstandigheid in de voorafgaande rapportageperiode is ontstaan;
d. voor het gegeven dat de ambtenaar, bedoeld in artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, contact heeft met het Openbaar ministerie in het kader van de vervolging en berechting van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 14b, tweede lid, onderdeel d, van de wet, bepalend is de periode waarin deze omstandigheid bestaat.