BWBR0036571
Geldig vanaf 2015-03-16
Artikel 4
Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst
1. De aspectverantwoordelijke leden van het DB Belastingdienst (zoals genoemd in artikel 2) hebben binnen het kader van het jaarplan en binnen eventueel door de bewindspersoon of namens de bewindspersoon door de secretaris-generaal of de directeur-generaal Belastingdienst gegeven richtlijnen mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle in bijlage 1genoemde beleidsaangelegenheden.
2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.
3. Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treden de in het tweede lid bedoelde mandaathouders in overleg met een lid van het DB Belastingdienst en/of de bewindspersoon die het aangaat.
4. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
De Minister van Financiën, resp. De Staatssecretaris van Financiën,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.
2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.
3. Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treden de in het tweede lid bedoelde mandaathouders in overleg met een lid van het DB Belastingdienst en/of de bewindspersoon die het aangaat.
4. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
De Minister van Financiën, resp. De Staatssecretaris van Financiën,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.