BWBR0036568
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 12
Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen
De door de gezagvoerder mee te voeren documenten, bedoeld in artikel 4.8 van de wet, zijn:
a. het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 3.5 van de wet;
b. het bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, dan wel de ontheffing van de verplichting om over deze documenten te beschikken;
c. het bewijs van luchtwaardigheid, bedoeld in artikel 3.8 van de wet, dan wel de ontheffing van de verplichting om over dit document te beschikken;
d. de geluidverklaring, bedoeld in artikel 3.19c van de wet, dan wel de ontheffing van de verplichting om over dit document te beschikken; en
e. het ROC, bedoeld in artikel 2 van het Besluit vluchtuitvoering.
a. het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 3.5 van de wet;
b. het bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, dan wel de ontheffing van de verplichting om over deze documenten te beschikken;
c. het bewijs van luchtwaardigheid, bedoeld in artikel 3.8 van de wet, dan wel de ontheffing van de verplichting om over dit document te beschikken;
d. de geluidverklaring, bedoeld in artikel 3.19c van de wet, dan wel de ontheffing van de verplichting om over dit document te beschikken; en
e. het ROC, bedoeld in artikel 2 van het Besluit vluchtuitvoering.