BWBR0036532
Geldig vanaf 2015-04-03
Artikel 15
Regeling maatregelen bestrijding laagpathogene aviaire influenza Milheeze 2015
1. Ieder bedrijf brengt ten minste afscheidingen aan tussen het gevogelte en de op het bedrijf aanwezige zoogdieren.
2. Een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het door hem gehouden gevogelte in contact komt met gevogelte van andere houders of met in het wilde levende dieren, zoals in het wild levende vogels of hun uitwerpselen.
3. Voor een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het pluimvee.
4. Voor een houder van niet-commercieel gehouden gevogelte behorende tot de hoenderachtigen (Galliformes), roofvogels (Accipitriformes/Falconiformes) en duiven (Columbidae) is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een volière of gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.
5. Het derde lid is niet van toepassing op gevogelte, behorende tot de eendvogels (Anseriformes), fazanten (Phasianidae), en de familie van struisvogels (Struthionidae), van emoes (Dromaiidae), en van nandoes (Rheidae).
2. Een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het door hem gehouden gevogelte in contact komt met gevogelte van andere houders of met in het wilde levende dieren, zoals in het wild levende vogels of hun uitwerpselen.
3. Voor een bedrijf met commercieel gehouden gevogelte is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het pluimvee.
4. Voor een houder van niet-commercieel gehouden gevogelte behorende tot de hoenderachtigen (Galliformes), roofvogels (Accipitriformes/Falconiformes) en duiven (Columbidae) is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een volière of gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.
5. Het derde lid is niet van toepassing op gevogelte, behorende tot de eendvogels (Anseriformes), fazanten (Phasianidae), en de familie van struisvogels (Struthionidae), van emoes (Dromaiidae), en van nandoes (Rheidae).