BWBR0036510
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 33
Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015
1. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan cassatie in het belang der wet instellen tegen de uitspraken van de Afdeling rechtspraak. Hij handelt in dat geval overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/456" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 456, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>, met dien verstande dat hij zich de stukken van het geding doet opzenden door de Raad. De <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/443" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 443</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/444" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">444</a>en 456, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
2. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/456" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 456, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad het aldaar bedoelde afschrift aan de Raad zendt.
2. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/456" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 456, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad het aldaar bedoelde afschrift aan de Raad zendt.