BWBR0036487
Geldig vanaf 2020-04-15
Artikel 8
Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020
1. Subsidieaanvragen met betrekking tot een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen a tot en met c, worden getoetst en gerangschikt aan de hand van het in bijlage Iopgenomen puntenstelsel. Projecten die in hogere mate voldoen aan de criteria van het puntenstelsel hebben voorrang op de projecten die in mindere mate aan deze criteria voldoen.
2. Bij gelijke waardering bepaalt het tijdstip van ontvangst van de volledige aanvraag de volgorde, waarbij de volledige subsidieaanvraag die op een eerder tijdstip door de minister is ontvangen een hogere rangorde heeft dan een volledige subsidieaanvraag die op een later tijdstip is ontvangen.
3. De minister kan een selectiecommissie instellen die tot taak heeft aanvragen overeenkomstig het eerste en tweede lid te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de minister.
4. De selectiecommissie, bedoeld in het derde lid, kan de minister adviseren om een aanvraag tot subsidieverlening af te wijzen, indien deze aanvraag naar haar oordeel niet of niet voldoende bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van de subsidie.
5. De minister kan de selectiecommissie aanwijzingen geven over de manier waarop de taak, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt uitgevoerd.
2. Bij gelijke waardering bepaalt het tijdstip van ontvangst van de volledige aanvraag de volgorde, waarbij de volledige subsidieaanvraag die op een eerder tijdstip door de minister is ontvangen een hogere rangorde heeft dan een volledige subsidieaanvraag die op een later tijdstip is ontvangen.
3. De minister kan een selectiecommissie instellen die tot taak heeft aanvragen overeenkomstig het eerste en tweede lid te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de minister.
4. De selectiecommissie, bedoeld in het derde lid, kan de minister adviseren om een aanvraag tot subsidieverlening af te wijzen, indien deze aanvraag naar haar oordeel niet of niet voldoende bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van de subsidie.
5. De minister kan de selectiecommissie aanwijzingen geven over de manier waarop de taak, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt uitgevoerd.