BWBR0036468
Geldig vanaf 2015-04-01
Artikel 2
Regeling dienstkleding Dienst Justitiële Inrichtingen
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de verstrekking van:
a. uniforme dienstkleding aan: 1° ambtenaren, die in een rijksinrichting of dienst beveiligingswerkzaamheden verrichten ten behoeve van personen en gebouwen;
2° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting zorg dragen voor beveiliging, observatie en voorbereiding op resocialisatie van volwassen gedetineerden;
3° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting uitvoering geven aan de begeleiding en beveiliging van volwassen gedetineerden met psychosociale of somatische problematiek in een beveiligde omgeving;
4° de operationeel manager van de ambtenaren, bedoeld onder 1° en 2°.
1° ambtenaren, die in een rijksinrichting of dienst beveiligingswerkzaamheden verrichten ten behoeve van personen en gebouwen;
2° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting zorg dragen voor beveiliging, observatie en voorbereiding op resocialisatie van volwassen gedetineerden;
3° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting uitvoering geven aan de begeleiding en beveiliging van volwassen gedetineerden met psychosociale of somatische problematiek in een beveiligde omgeving;
4° de operationeel manager van de ambtenaren, bedoeld onder 1° en 2°.
b. sportkleding en sportschoenen aan executieve ambtenaren, die door de Dienst Justitiële Inrichtingen zijn verplicht om aan de wekelijkse dienstsport en de jaarlijkse afname van de fitheidstoets en weerbaarheidstoets deel te nemen.
c. sportkleding en sportschoenen voor lichamelijke opvoeding aan ambtenaren die in een rijksinrichting of dienst kennis, vaardigheden en houdingsaspecten overdragen door middel van lichamelijke opvoeding.
2. Naast de in het eerste lid bedoelde ambtenaren kan door het bevoegd gezag aan andere ambtenaren toestemming worden verleend tot het dragen van dienstkleding indien:
a. de ambtenaar regelmatig direct contact heeft met ingeslotenen of externen;
b. de dienstkleding als identificatiemiddel dient waaraan ingeslotenen of externen een ambtenaar kunnen herkennen;
c. dit in het belang is van de bescherming van de ambtenaar tegen een bepaald risico.
3. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, zijn niet van toepassing op ambtenaren die werkzaamheden verrichten in het Pieter Baan Centrum.
a. uniforme dienstkleding aan: 1° ambtenaren, die in een rijksinrichting of dienst beveiligingswerkzaamheden verrichten ten behoeve van personen en gebouwen;
2° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting zorg dragen voor beveiliging, observatie en voorbereiding op resocialisatie van volwassen gedetineerden;
3° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting uitvoering geven aan de begeleiding en beveiliging van volwassen gedetineerden met psychosociale of somatische problematiek in een beveiligde omgeving;
4° de operationeel manager van de ambtenaren, bedoeld onder 1° en 2°.
1° ambtenaren, die in een rijksinrichting of dienst beveiligingswerkzaamheden verrichten ten behoeve van personen en gebouwen;
2° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting zorg dragen voor beveiliging, observatie en voorbereiding op resocialisatie van volwassen gedetineerden;
3° ambtenaren, die in een penitentiaire inrichting uitvoering geven aan de begeleiding en beveiliging van volwassen gedetineerden met psychosociale of somatische problematiek in een beveiligde omgeving;
4° de operationeel manager van de ambtenaren, bedoeld onder 1° en 2°.
b. sportkleding en sportschoenen aan executieve ambtenaren, die door de Dienst Justitiële Inrichtingen zijn verplicht om aan de wekelijkse dienstsport en de jaarlijkse afname van de fitheidstoets en weerbaarheidstoets deel te nemen.
c. sportkleding en sportschoenen voor lichamelijke opvoeding aan ambtenaren die in een rijksinrichting of dienst kennis, vaardigheden en houdingsaspecten overdragen door middel van lichamelijke opvoeding.
2. Naast de in het eerste lid bedoelde ambtenaren kan door het bevoegd gezag aan andere ambtenaren toestemming worden verleend tot het dragen van dienstkleding indien:
a. de ambtenaar regelmatig direct contact heeft met ingeslotenen of externen;
b. de dienstkleding als identificatiemiddel dient waaraan ingeslotenen of externen een ambtenaar kunnen herkennen;
c. dit in het belang is van de bescherming van de ambtenaar tegen een bepaald risico.
3. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, zijn niet van toepassing op ambtenaren die werkzaamheden verrichten in het Pieter Baan Centrum.