BWBR0036412
Geldig vanaf 2015-03-18
Artikel 3
Besluit HSL-heffing 2015
1. De gerechtigde en de beheerder komen een HSL-heffing overeen gelijk aan het tarief per HSL-kilometer, bedoeld in artikel 4, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal HSL-kilometers van de gerechtigde. Daarvan blijven buiten beschouwing de HSL-kilometers die zijn toe te rekenen aan:
a. paden die de gerechtigde geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen gebruiken ten gevolge van het buiten gebruik zijn van enig deel van de spoorweginfrastructuur, bedoeld in het tweede lid, onder a;
b. paden die de gerechtigde vanwege door de beheerder ingestelde snelheidsbeperkingen, in verband met infrastructurele defecten van het hogesnelheidsnet, slechts met een vertraging van meer dan tien minuten heeft kunnen gebruiken;
c. paden die de gerechtigde gebruikt ten behoeve van uit te voeren werkzaamheden op of aan hoofdspoorwegen op aanwijzing van de beheerder of ten behoeve van het beheer van hoofdspoorwegen.
2. Het overeenkomstig het eerste lid berekende bedrag wordt verminderd met de door de gerechtigde verschuldigde vergoeding voor:
a. diensten ten behoeve van: 1° het gebruik van het hogesnelheidsnet;
2° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Hoofddorp en Amsterdam;
3° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Barendrecht;
4° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en het station tussen het hogesnelheidsnet en station Breda;
5° het aansluitende gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Amsterdam voor een internationale treindienst;
1° het gebruik van het hogesnelheidsnet;
2° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Hoofddorp en Amsterdam;
3° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Barendrecht;
4° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en het station tussen het hogesnelheidsnet en station Breda;
5° het aansluitende gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Amsterdam voor een internationale treindienst;
b. opstel- en rangeervoorzieningen ten behoeve van de treindiensten, bedoeld in onderdeel a;
c. reserveringsheffing ten behoeve van de treindiensten, bedoeld in onderdeel a;
d. de verspreiding van reisinformatie over de treindiensten, bedoeld in onderdeel a, zoals in rekening gebracht door de partij die met het verzorgen daarvan is belast.
a. paden die de gerechtigde geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen gebruiken ten gevolge van het buiten gebruik zijn van enig deel van de spoorweginfrastructuur, bedoeld in het tweede lid, onder a;
b. paden die de gerechtigde vanwege door de beheerder ingestelde snelheidsbeperkingen, in verband met infrastructurele defecten van het hogesnelheidsnet, slechts met een vertraging van meer dan tien minuten heeft kunnen gebruiken;
c. paden die de gerechtigde gebruikt ten behoeve van uit te voeren werkzaamheden op of aan hoofdspoorwegen op aanwijzing van de beheerder of ten behoeve van het beheer van hoofdspoorwegen.
2. Het overeenkomstig het eerste lid berekende bedrag wordt verminderd met de door de gerechtigde verschuldigde vergoeding voor:
a. diensten ten behoeve van: 1° het gebruik van het hogesnelheidsnet;
2° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Hoofddorp en Amsterdam;
3° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Barendrecht;
4° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en het station tussen het hogesnelheidsnet en station Breda;
5° het aansluitende gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Amsterdam voor een internationale treindienst;
1° het gebruik van het hogesnelheidsnet;
2° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Hoofddorp en Amsterdam;
3° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Barendrecht;
4° het aansluitende gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur en het station tussen het hogesnelheidsnet en station Breda;
5° het aansluitende gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur en stations tussen Rotterdam West en Amsterdam voor een internationale treindienst;
b. opstel- en rangeervoorzieningen ten behoeve van de treindiensten, bedoeld in onderdeel a;
c. reserveringsheffing ten behoeve van de treindiensten, bedoeld in onderdeel a;
d. de verspreiding van reisinformatie over de treindiensten, bedoeld in onderdeel a, zoals in rekening gebracht door de partij die met het verzorgen daarvan is belast.