BWBR0036387
Geldig vanaf 29-03-2018
Artikel 6
Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015
1. Uiterlijk op de eerste werkdag in april van het jaar t+2 stelt het Zorginstituut de vergoeding definitief vast voor de kosten van zorg die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden betaald.
2. Voor de Wlz-uitvoerder bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van:
a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die de Wlz-uitvoerder aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;
b. de door de Wlz-uitvoerder over het jaar t opgegeven rentebaten;
c. de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen.
3. Voor het zorgkantoor bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van:
a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die het zorgkantoor aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;
b. de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen.
4. Het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen het bedrag van de definitieve vaststelling en het beschikbaar gestelde voorschot. Een positief verschil betaalt het Zorginstituut uit aan respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor. Een negatief verschil vordert het Zorginstituut terug van respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor.
2. Voor de Wlz-uitvoerder bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van:
a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die de Wlz-uitvoerder aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;
b. de door de Wlz-uitvoerder over het jaar t opgegeven rentebaten;
c. de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen.
3. Voor het zorgkantoor bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van:
a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die het zorgkantoor aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;
b. de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen.
4. Het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen het bedrag van de definitieve vaststelling en het beschikbaar gestelde voorschot. Een positief verschil betaalt het Zorginstituut uit aan respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor. Een negatief verschil vordert het Zorginstituut terug van respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036387
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl