BWBR0036383
Geldig vanaf 07-03-2015
Artikel 13
Besluit beleidsregels representativiteit organisaties
Voor het benoemen van leden van een college waarvan de taak betrekking heeft op sociaal-economische vraagstukken op het niveau van een bedrijfstak, komen representatieve bedrijfstakorganisaties van ondernemers onderscheidenlijk van werknemers in aanmerking, alsmede representatieve centrale organisaties die blijkens hun statuten een of meer afdelingen of aangesloten organisaties voor die bedrijfstak hebben.
Laatstgenoemde afdelingen of aangesloten organisaties dienen in dat geval te voldoen aan de kwantitatieve representativiteitsvereisten, bedoeld in de artikelen 8 en 9, alsmede aan de in artikel 10, tweede lid, tweede volzin, bedoelde eis. Bedoelde afdelingen of aangesloten organisaties moeten bovendien voldoen aan de voorwaarde dat zij mede zijn toegerust voor het beoordelen van vraagstukken waarvoor het college is ingesteld.
Laatstgenoemde afdelingen of aangesloten organisaties dienen in dat geval te voldoen aan de kwantitatieve representativiteitsvereisten, bedoeld in de artikelen 8 en 9, alsmede aan de in artikel 10, tweede lid, tweede volzin, bedoelde eis. Bedoelde afdelingen of aangesloten organisaties moeten bovendien voldoen aan de voorwaarde dat zij mede zijn toegerust voor het beoordelen van vraagstukken waarvoor het college is ingesteld.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036383
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl