BWBR0036374
Geldig vanaf 2015-03-06
Artikel 2.1
Tijdelijke regeling tegemoetkoming en ondersteuning slachtoffers blootstelling chroom VI houdende stoffen defensie
1. Aan de werknemer die in zijn hoedanigheid als werknemer heeft gewerkt met chroom VI houdende stoffen inclusief het bewerken van materialen waarop chroom VI houdende stoffen zijn aangebracht, wordt op zijn aanvraag een tegemoetkoming ineens verleend, indien hij:
a. in totaal gedurende de periode van minimaal een jaar werkzaam is geweest in een in de bijlage I omschreven functie of functies of werkzaamheden en daadwerkelijk met chroom VI houdende stoffen heeft gewerkt, zoals deze bijlage luidt ten tijde van de aanvraag;
b. lijdt aan een of meerdere in de bijlage II omschreven aandoeningen, zoals deze bijlage luidt ten tijde van de aanvraag;
c. niet eerder een bedrag heeft ontvangen in verband met blootstelling aan chroom VI houdende stoffen, dan wel een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 15.000; en
d. meewerkt aan een geneeskundig onderzoek zoals bedoeld in artikel 3.2, derde lid, door het ABP of de door haar aangewezen personen of instellingen.
2. In aanvulling op het eerste lid, onder b, geldt voor aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2020, dat daarnaast onder aandoeningen, genoemd in de betreffende bijlage II, worden begrepen:
a. neusbijholtekanker, vallend in categorie 1; en
b. chroom VI gerelateerde allergische rhinitis, vallend in categorie 2.
a. in totaal gedurende de periode van minimaal een jaar werkzaam is geweest in een in de bijlage I omschreven functie of functies of werkzaamheden en daadwerkelijk met chroom VI houdende stoffen heeft gewerkt, zoals deze bijlage luidt ten tijde van de aanvraag;
b. lijdt aan een of meerdere in de bijlage II omschreven aandoeningen, zoals deze bijlage luidt ten tijde van de aanvraag;
c. niet eerder een bedrag heeft ontvangen in verband met blootstelling aan chroom VI houdende stoffen, dan wel een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 15.000; en
d. meewerkt aan een geneeskundig onderzoek zoals bedoeld in artikel 3.2, derde lid, door het ABP of de door haar aangewezen personen of instellingen.
2. In aanvulling op het eerste lid, onder b, geldt voor aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2020, dat daarnaast onder aandoeningen, genoemd in de betreffende bijlage II, worden begrepen:
a. neusbijholtekanker, vallend in categorie 1; en
b. chroom VI gerelateerde allergische rhinitis, vallend in categorie 2.