BWBR0036371
Geldig vanaf 2015-03-04
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Vereffeningsorganisatie PBO
1. Aan de projectmanager Vereffening PBO wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met hoofdstuk 4en de artikelen XLIX, L en LI, van de Wet opheffing bedrijfslichamen, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 750.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Aan de projectmanager Vereffening PBO wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O aangelegenheden ten aanzien van de medewerkers van de Vereffeningsorganisatie PBO en de medewerkers van de voormalige product- en bedrijfschappen met een arbeidsovereenkomst die te rekenen vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid vallen van de Minister van Economische Zaken, met uitzondering van:
a. het treffen van vaststellingsovereenkomsten, het toekennen van vergoedingen, uitkeringen en schadeloosstellingen en het beëindigen van arbeidsovereenkomsten anders dan voortvloeiende uit de sociale plannen van de voormalige product- en bedrijfschappen;
b. het voeren van overleg met de vakorganisaties en het nemen van daaruit voortvloeiende besluiten op het vlak van de arbeidsvoorwaarden en het vaststellen of wijzigen van de van toepassing zijnde sociale plannen met betrekking tot de medewerkers van de voormalige product- en bedrijfschappen;
c. het toekennen van salarisverhogingen, toelagen, vergoedingen en andere financiële tegemoetkomingen;
d. het voeren van procedures inzake arbeidsgeschillen.
2. Aan de projectmanager Vereffening PBO wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O aangelegenheden ten aanzien van de medewerkers van de Vereffeningsorganisatie PBO en de medewerkers van de voormalige product- en bedrijfschappen met een arbeidsovereenkomst die te rekenen vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid vallen van de Minister van Economische Zaken, met uitzondering van:
a. het treffen van vaststellingsovereenkomsten, het toekennen van vergoedingen, uitkeringen en schadeloosstellingen en het beëindigen van arbeidsovereenkomsten anders dan voortvloeiende uit de sociale plannen van de voormalige product- en bedrijfschappen;
b. het voeren van overleg met de vakorganisaties en het nemen van daaruit voortvloeiende besluiten op het vlak van de arbeidsvoorwaarden en het vaststellen of wijzigen van de van toepassing zijnde sociale plannen met betrekking tot de medewerkers van de voormalige product- en bedrijfschappen;
c. het toekennen van salarisverhogingen, toelagen, vergoedingen en andere financiële tegemoetkomingen;
d. het voeren van procedures inzake arbeidsgeschillen.