BWBR0036214
Geldig vanaf 2015-02-04
Artikel 5
Universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2015 inzake belastingverdragen uitgezonderd die met de Verenigde Staten van Amerika
1. Een Nederlandse vennootschap die dividenden betaalt aan een lichaam dat inwoner is van een verdragsland en dat een deelneming bezit in die Nederlandse vennootschap, welke voldoet aan de voorwaarden in het Verdrag, kan bij de Belastingdienst/kantoor Arnhem, Team dividendbelasting, Postbus 9007, 6400 DJ Arnhem, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting om de op de grond van het Verdrag niet-verschuldigde dividendbelasting in te houden.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam;
b. het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap;
c. het gedeelte van het kapitaal van de Nederlandse vennootschap dat het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam onmiddellijk of middellijk bezit;
d. dat het kapitaal van het buitenlandse lichaam geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
e. dat het buitenlandse lichaam geen maatschap of vennootschap onder firma is indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
f. dat de dividenden naar het vestigingsland (verdragsland) van het buitenlandse lichaam worden overgemaakt en op grond daarvan aldaar aan belasting worden onderworpen indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
g. de gegevens met betrekking tot de overige niet hiervoor vermelde voorwaarden indien deze in het Verdrag mede als voorwaarde worden gesteld.
3. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie de Nederlandse vennootschap ressorteert bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam voor ten hoogste vier jaren, gerekend vanaf de dagtekening van de beschikking en zolang er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
– het buitenlandse lichaam inwoner van het verdragsland blijft, en
– het buitenlandse lichaam een deelneming blijft bezitten in die Nederlandse vennootschap, welke voldoet aan de voorwaarden in het Verdrag.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
5. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor de toepassing van het verdrag Nederland-Luxemburg het volgende:
a. Een aandelenmaatschappij (‘société anonyme’, ‘société en commandite par actions’, ‘société à responsabilité limitée’) die inwoner van Luxemburg is, en die, ingevolge artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het verdrag Nederland-Luxemburg aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting tot 2,5 percent, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij de fiscale autoriteit over haar plaats van vestiging een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage III opgenomen model (formulier IB 95 LUX). Nadat zij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging, van vorenbedoelde autoriteit heeft terugontvangen, legt zij die over bij het innen van de dividenden.
b. De vennootschap die het dividend verschuldigd is, is bevoegd het dividend uit te betalen of te doen uitbetalen onder aftrek van dividendbelasting naar een tarief van slechts 2,5 percent, indien de Luxemburgse maatschappij het in onderdeel a bedoelde exemplaar van de aldaar bedoelde verklaring heeft overgelegd.
c. Voor zover dividendbelasting, welke is ingehouden en afgedragen, ingevolge onderdeel b bij de uitbetaling van het dividend niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie zij ressorteert, onder overlegging van het in onderdeel a bedoelde exemplaar van de aldaar bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
d. Indien de maatschappij niet kan bevestigen dat zij de in punt 8 van het formulier IB 95 LUX vermelde aandelen niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij zij is overeengekomen of kan worden verplicht de aandelen weer te verkopen of over te dragen, dient zij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in een begeleidende brief bij het formulier en daarbij haar specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier IB 95 LUX slechts worden gebruikt als verzoek om gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting.
6. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor de toepassing van het verdrag Nederland-Singapore het volgende:
a. Een lichaam dat inwoner van Singapore is, en dat, ingevolge artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van het verdrag Nederland-Singapore aanspraak heeft op algehele vrijstelling van dividendbelasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij de fiscale autoriteit over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage IV opgenomen model (formulier IB 95 SIN). Nadat het lichaam een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoelde autoriteit heeft terugontvangen, legt het dit over bij het innen van de dividenden.
b. Het lichaam dat het dividend verschuldigd is, is bevoegd het dividend uit te betalen zonder aftrek van dividendbelasting, indien de gerechtigde tot de opbrengst het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in onderdeel a bedoelde verklaring heeft overgelegd.
c. Voor zover dividendbelasting, welke is ingehouden en afgedragen, ingevolge onderdeel b bij de uitbetaling van het dividend niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie zij ressorteert, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging voorziene exemplaar van de in onderdeel a bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam;
b. het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap;
c. het gedeelte van het kapitaal van de Nederlandse vennootschap dat het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam onmiddellijk of middellijk bezit;
d. dat het kapitaal van het buitenlandse lichaam geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
e. dat het buitenlandse lichaam geen maatschap of vennootschap onder firma is indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
f. dat de dividenden naar het vestigingsland (verdragsland) van het buitenlandse lichaam worden overgemaakt en op grond daarvan aldaar aan belasting worden onderworpen indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
g. de gegevens met betrekking tot de overige niet hiervoor vermelde voorwaarden indien deze in het Verdrag mede als voorwaarde worden gesteld.
3. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie de Nederlandse vennootschap ressorteert bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam voor ten hoogste vier jaren, gerekend vanaf de dagtekening van de beschikking en zolang er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
– het buitenlandse lichaam inwoner van het verdragsland blijft, en
– het buitenlandse lichaam een deelneming blijft bezitten in die Nederlandse vennootschap, welke voldoet aan de voorwaarden in het Verdrag.
De bestuurder van de Nederlandse vennootschap, aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan vorenbedoelde inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
5. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor de toepassing van het verdrag Nederland-Luxemburg het volgende:
a. Een aandelenmaatschappij (‘société anonyme’, ‘société en commandite par actions’, ‘société à responsabilité limitée’) die inwoner van Luxemburg is, en die, ingevolge artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het verdrag Nederland-Luxemburg aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting tot 2,5 percent, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij de fiscale autoriteit over haar plaats van vestiging een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage III opgenomen model (formulier IB 95 LUX). Nadat zij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging, van vorenbedoelde autoriteit heeft terugontvangen, legt zij die over bij het innen van de dividenden.
b. De vennootschap die het dividend verschuldigd is, is bevoegd het dividend uit te betalen of te doen uitbetalen onder aftrek van dividendbelasting naar een tarief van slechts 2,5 percent, indien de Luxemburgse maatschappij het in onderdeel a bedoelde exemplaar van de aldaar bedoelde verklaring heeft overgelegd.
c. Voor zover dividendbelasting, welke is ingehouden en afgedragen, ingevolge onderdeel b bij de uitbetaling van het dividend niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie zij ressorteert, onder overlegging van het in onderdeel a bedoelde exemplaar van de aldaar bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
d. Indien de maatschappij niet kan bevestigen dat zij de in punt 8 van het formulier IB 95 LUX vermelde aandelen niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij zij is overeengekomen of kan worden verplicht de aandelen weer te verkopen of over te dragen, dient zij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in een begeleidende brief bij het formulier en daarbij haar specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier IB 95 LUX slechts worden gebruikt als verzoek om gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting.
6. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor de toepassing van het verdrag Nederland-Singapore het volgende:
a. Een lichaam dat inwoner van Singapore is, en dat, ingevolge artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van het verdrag Nederland-Singapore aanspraak heeft op algehele vrijstelling van dividendbelasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij de fiscale autoriteit over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage IV opgenomen model (formulier IB 95 SIN). Nadat het lichaam een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoelde autoriteit heeft terugontvangen, legt het dit over bij het innen van de dividenden.
b. Het lichaam dat het dividend verschuldigd is, is bevoegd het dividend uit te betalen zonder aftrek van dividendbelasting, indien de gerechtigde tot de opbrengst het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in onderdeel a bedoelde verklaring heeft overgelegd.
c. Voor zover dividendbelasting, welke is ingehouden en afgedragen, ingevolge onderdeel b bij de uitbetaling van het dividend niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie zij ressorteert, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging voorziene exemplaar van de in onderdeel a bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.