BWBR0036188
Geldig vanaf 2015-01-24
Artikel 14
Regeling Subsidiëring brede weersverzekering
1. Onder ongunstige weersomstandigheden worden in elk geval begrepen:
a. weersomstandigheden die volgens een schade-expert of het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, en
b. elk van de volgende weersomstandigheden: 1°. regenval;
2°. droogte;
3°. (nacht)vorst;
4°. sneeuw;
5°. ijzel;
6°. storm;
7°. hagel, of
8°. brand door blikseminslag.
1°. regenval;
2°. droogte;
3°. (nacht)vorst;
4°. sneeuw;
5°. ijzel;
6°. storm;
7°. hagel, of
8°. brand door blikseminslag.
2. De weersomstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden geacht vooraf te zijn erkend door de minister als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013. De minister kan in aanvulling daarop, na overleg met de brancheorganisatie van verzekeraars, ook andere ongunstige weersomstandigheden erkennen.
a. weersomstandigheden die volgens een schade-expert of het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, en
b. elk van de volgende weersomstandigheden: 1°. regenval;
2°. droogte;
3°. (nacht)vorst;
4°. sneeuw;
5°. ijzel;
6°. storm;
7°. hagel, of
8°. brand door blikseminslag.
1°. regenval;
2°. droogte;
3°. (nacht)vorst;
4°. sneeuw;
5°. ijzel;
6°. storm;
7°. hagel, of
8°. brand door blikseminslag.
2. De weersomstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden geacht vooraf te zijn erkend door de minister als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013. De minister kan in aanvulling daarop, na overleg met de brancheorganisatie van verzekeraars, ook andere ongunstige weersomstandigheden erkennen.