BWBR0036155
Geldig vanaf 01-07-2016
Artikel 5
Regeling Mandaat en machtiging NRGD
1. Aan de secretaris wordt mandaat verleend om namens het College te besluiten:
a. een aanvraag tot inschrijving in het register af te wijzen voor zover het desbetreffende deskundigheidsgebied nog niet voor inschrijving is opengesteld;
b. een aanvraag tot herregistratie te kunnen afwijzen voor zover deze aanvraag langer dan zes maanden voor het verstrijken van de registratietermijn wordt ingediend;
c. op een verzoek om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur.
2. Aan de secretaris wordt mandaat en machtiging verleend om namens het College:
a. mondelinge en schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard te verstrekken;
b. ontvangstbevestigingen uit te reiken of toe te sturen;
c. overige correspondentie te voeren;
d. de beslistermijn te verlengen of te verdagen;
e. te besluiten tot het buiten behandeling stellen van een aanvraag in de zin van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;
f. adviezen en inlichtingen in te winnen;
g. kennelijke verschrijvingen in besluiten ambtshalve en op verzoek te herstellen.
3. De secretaris kan de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, ondermandateren aan medewerkers van het bureau.
a. een aanvraag tot inschrijving in het register af te wijzen voor zover het desbetreffende deskundigheidsgebied nog niet voor inschrijving is opengesteld;
b. een aanvraag tot herregistratie te kunnen afwijzen voor zover deze aanvraag langer dan zes maanden voor het verstrijken van de registratietermijn wordt ingediend;
c. op een verzoek om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur.
2. Aan de secretaris wordt mandaat en machtiging verleend om namens het College:
a. mondelinge en schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard te verstrekken;
b. ontvangstbevestigingen uit te reiken of toe te sturen;
c. overige correspondentie te voeren;
d. de beslistermijn te verlengen of te verdagen;
e. te besluiten tot het buiten behandeling stellen van een aanvraag in de zin van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;
f. adviezen en inlichtingen in te winnen;
g. kennelijke verschrijvingen in besluiten ambtshalve en op verzoek te herstellen.
3. De secretaris kan de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, ondermandateren aan medewerkers van het bureau.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036155
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl