BWBR0036135
Geldig vanaf 2015-01-07
Artikel 4
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal voor Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken 2015
1. Aan de MT-leden van een directie wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Aan de MT-leden van een directie wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van vakantie en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings-, en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het aangaan en afhandelen van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het accorderen van de desbetreffende betalingen;
e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.
3. In uitzondering op het eerste en tweede lid, geldt het ondermandaat, de volmacht en de machtiging aan de MT-leden van een directie niet voor aangelegenheden op hun werkterrein:
1°. ten aanzien waarvan de directeur in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een MT-lid aan de directeur worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de directeur door de plaatsvervangend directeur of een ander MT-lid moeten worden behandeld.
2. Aan de MT-leden van een directie wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van vakantie en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings-, en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het aangaan en afhandelen van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het accorderen van de desbetreffende betalingen;
e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.
3. In uitzondering op het eerste en tweede lid, geldt het ondermandaat, de volmacht en de machtiging aan de MT-leden van een directie niet voor aangelegenheden op hun werkterrein:
1°. ten aanzien waarvan de directeur in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een MT-lid aan de directeur worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de directeur door de plaatsvervangend directeur of een ander MT-lid moeten worden behandeld.