BWBR0036096
Geldig vanaf 2019-11-07
Artikel 3i
Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1. Het UWV dient jaarlijks vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarin de kosten zullen worden gemaakt de aanvraag om een voorschot aan de Minister in.
2. De aanvraag om een voorschot kan betrekking hebben op de kosten, bedoeld in artikel 3a.3.1 van de wet.
3. De Minister stelt de hoogte van het voorschot vast en verstrekt met ingang van het begrotingsjaar waarop het voorschot betrekking heeft maandelijks voor de 11 evan de maand een twaalfde deel van het vastgestelde voorschot.
4. De Minister kan, op verzoek van het UWV, de bevoorschotting aanpassen in de loop van een kalenderjaar.
5. De Minister stelt binnen acht weken na ontvangst van het gedeelte van het bestuursverslag en de jaarrekening dat betrekking heeft op de uitvoering van artikel 3a.3.1 van de wetde eindafrekening vast.
2. De aanvraag om een voorschot kan betrekking hebben op de kosten, bedoeld in artikel 3a.3.1 van de wet.
3. De Minister stelt de hoogte van het voorschot vast en verstrekt met ingang van het begrotingsjaar waarop het voorschot betrekking heeft maandelijks voor de 11 evan de maand een twaalfde deel van het vastgestelde voorschot.
4. De Minister kan, op verzoek van het UWV, de bevoorschotting aanpassen in de loop van een kalenderjaar.
5. De Minister stelt binnen acht weken na ontvangst van het gedeelte van het bestuursverslag en de jaarrekening dat betrekking heeft op de uitvoering van artikel 3a.3.1 van de wetde eindafrekening vast.