BWBR0036071 Geldig vanaf 2014-12-31
Artikel 5
Mandaatregeling IND Ministerie van Veiligheid en Justitie 2014
Aan de hoofddirecteur blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot inhuur van uitzendkrachten dan wel andere externen binnen het primair proces;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur en/of software;
g. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000.
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot inhuur van uitzendkrachten dan wel andere externen binnen het primair proces;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur en/of software;
g. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036071
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl