BWBR0036016
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 1.2
Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2015
1. Het Zorginstituut kan aan een Wlz-uitvoerder die op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de wetis aangewezen als zorgkantoor, ten behoeve van het jaar 2015 een subsidie verstrekken voor het aan verzekerden doen verlenen van eerstelijns verblijf in de regio of regio's waarvoor de Wlz-uitvoerder als zorgkantoor is aangewezen.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties:
a. eerstelijns verblijf basis: eerstelijns verblijf waarbij hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend;
b. eerstelijns verblijf intensief: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg wordt verleend onder substantiële coördinatie, regie en supervisie van een multidisciplinair team;
c. eerstelijns verblijf palliatief terminaal: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen veelal worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg verleend wordt.
3. De prestaties komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking:
a. voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ voor in aanmerking komt,
b. indien de verzekerde niet beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij recht heeft op zorg,
c. indien de verzekerde niet op grond van artikel 11.1.1 van de wet of op grond van de artikel 9.3a van de Regeling langdurige zorg gelijkgesteld is met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat deze recht heeft op zorg, tenzij het gaat om een verzekerde wiens gelijkstelling berust op grond van artikel 11.1.1, derde lid, van de wet, nadat de geldigheidsduur van zijn op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten afgegeven indicatiebesluit is verlopen, en
d. indien de verzekerde op grond van artikel 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.
4. Verblijf waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet, waarvoor op grond van de Wet marktordening gezondheidszorgdoor de zorgautoriteit een prestatiebeschrijving is vastgesteld of dat bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking.
5. Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking eerstelijns verblijf verleend door een instelling met een toelating voor verblijf.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties:
a. eerstelijns verblijf basis: eerstelijns verblijf waarbij hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend;
b. eerstelijns verblijf intensief: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg wordt verleend onder substantiële coördinatie, regie en supervisie van een multidisciplinair team;
c. eerstelijns verblijf palliatief terminaal: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen veelal worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg verleend wordt.
3. De prestaties komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking:
a. voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ voor in aanmerking komt,
b. indien de verzekerde niet beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij recht heeft op zorg,
c. indien de verzekerde niet op grond van artikel 11.1.1 van de wet of op grond van de artikel 9.3a van de Regeling langdurige zorg gelijkgesteld is met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat deze recht heeft op zorg, tenzij het gaat om een verzekerde wiens gelijkstelling berust op grond van artikel 11.1.1, derde lid, van de wet, nadat de geldigheidsduur van zijn op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten afgegeven indicatiebesluit is verlopen, en
d. indien de verzekerde op grond van artikel 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.
4. Verblijf waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet, waarvoor op grond van de Wet marktordening gezondheidszorgdoor de zorgautoriteit een prestatiebeschrijving is vastgesteld of dat bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking.
5. Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking eerstelijns verblijf verleend door een instelling met een toelating voor verblijf.