BWBR0036007
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5a.1
Regeling Jeugdwet
1. Ingeval een jeugdige ten minste gedurende een maand voltijds verblijft in een accommodatie en diens ouders niet voldoen aan hun onderhoudsplicht verstrekt de jeugdhulpaanbieder:
a. zakgeld aan een jeugdige die de leeftijd van zes maar nog niet van twaalf jaar heeft bereikt; en
b. zak- en kleedgeld aan een jeugdige van twaalf jaar of ouder.
2. Het zakgeld of het zak- en kleedgeld bedraagt het bedrag, genoemd in bijlage 1abij deze regeling.
3. De jeugdhulpaanbieder kan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, vermeerderen voor zover dat naar het oordeel van de jeugdhulpaanbieder redelijkerwijs noodzakelijk is in verband met bijzondere omstandigheden.
4. De jeugdhulpaanbieder maakt afspraken met de jeugdige over de wijze en de tijdstippen waarop het zakgeld of zak- en kleedgeld zal worden verstrekt.
5. Indien een jeugdige wordt overgeplaatst naar een accommodatie van een andere jeugdhulpaanbieder voor een periode van ten minste een maand verstrekt die jeugdhulpaanbieder het zakgeld of zak- en kleedgeld conform de afspraken, bedoeld in het vierde lid, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
a. zakgeld aan een jeugdige die de leeftijd van zes maar nog niet van twaalf jaar heeft bereikt; en
b. zak- en kleedgeld aan een jeugdige van twaalf jaar of ouder.
2. Het zakgeld of het zak- en kleedgeld bedraagt het bedrag, genoemd in bijlage 1abij deze regeling.
3. De jeugdhulpaanbieder kan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, vermeerderen voor zover dat naar het oordeel van de jeugdhulpaanbieder redelijkerwijs noodzakelijk is in verband met bijzondere omstandigheden.
4. De jeugdhulpaanbieder maakt afspraken met de jeugdige over de wijze en de tijdstippen waarop het zakgeld of zak- en kleedgeld zal worden verstrekt.
5. Indien een jeugdige wordt overgeplaatst naar een accommodatie van een andere jeugdhulpaanbieder voor een periode van ten minste een maand verstrekt die jeugdhulpaanbieder het zakgeld of zak- en kleedgeld conform de afspraken, bedoeld in het vierde lid, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.