BWBR0035981
Geldig vanaf 01-02-2020
Artikel 4.10
Verordening op de advocatuur
De algemene raad kan een verzoek als bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, afwijzen, indien het verzoek wordt ingediend binnen drie jaar:
a. nadat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, al dan niet na herkansing, niet met goed gevolg is afgelegd; of
b. na het doorhalen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
a. nadat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, al dan niet na herkansing, niet met goed gevolg is afgelegd; of
b. na het doorhalen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.
- Citeren als
- Art. 4.10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035981
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl