BWBR0035981
Geldig vanaf 01-07-2017
Artikel 2.36g
Verordening op de advocatuur
1. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichtingen genoemd in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht opleggen.
2. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar;
b. het verhogen van de personeelsformatie van de subsidieontvanger;
c. het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten;
d. de maximale grootte en jaarlijkse toename van de egalisatiereserve;
e. de berekening van uurtarieven, de gebruikmaking van kostenbegrippen en productienormen;
f. de aan de subsidie gekoppelde productie gedurende een kalenderjaar;
g. de wijze waarop het betalingsverkeer en de autorisatie van een betaling plaatsvindt;
2. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar;
b. het verhogen van de personeelsformatie van de subsidieontvanger;
c. het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten;
d. de maximale grootte en jaarlijkse toename van de egalisatiereserve;
e. de berekening van uurtarieven, de gebruikmaking van kostenbegrippen en productienormen;
f. de aan de subsidie gekoppelde productie gedurende een kalenderjaar;
g. de wijze waarop het betalingsverkeer en de autorisatie van een betaling plaatsvindt;
- Citeren als
- Art. 2.36g
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035981
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl