BWBR0035957
Geldig vanaf 21-12-2014
Artikel 4
Besluit directeuren tot verlening ondervolmacht algemene aangelegenheden Kadaster 2014
1. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend, is niet bevoegd een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten met betrekking tot hemzelf.
2. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend, is niet bevoegd een privaatrechtelijke rechtshandeling met een mogelijke precedentwerking te verrichten. Een functionaris als bedoeld in de eerste zin van dit artikellid legt een beslissing tot het verrichten van een rechtshandeling als bedoeld in die zin steeds aan het bestuur ter beslissing voor.
3. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend oefent zijn ondervolmacht uit binnen de grenzen van de voor zijn eenheid vastgestelde taken en zijn functieomschrijving, alsmede met inachtneming van het ter zake geldende recht, de door het bestuur vastgestelde kaders zoals beleids- en uitvoeringsregels, de bestendige uitvoeringspraktijk van de Dienst en de bepalingen vermeld in dit besluit.
4. Het nemen van beslissingen of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met (mogelijke) financiële gevolgen geschiedt overigens met inachtneming van de aan hem toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan.
5. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend, is gehouden de algemene en bijzondere aanwijzingen bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, derde lid, van het besluit op te volgen.
2. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend, is niet bevoegd een privaatrechtelijke rechtshandeling met een mogelijke precedentwerking te verrichten. Een functionaris als bedoeld in de eerste zin van dit artikellid legt een beslissing tot het verrichten van een rechtshandeling als bedoeld in die zin steeds aan het bestuur ter beslissing voor.
3. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend oefent zijn ondervolmacht uit binnen de grenzen van de voor zijn eenheid vastgestelde taken en zijn functieomschrijving, alsmede met inachtneming van het ter zake geldende recht, de door het bestuur vastgestelde kaders zoals beleids- en uitvoeringsregels, de bestendige uitvoeringspraktijk van de Dienst en de bepalingen vermeld in dit besluit.
4. Het nemen van beslissingen of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met (mogelijke) financiële gevolgen geschiedt overigens met inachtneming van de aan hem toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan.
5. Een functionaris aan wie ondervolmacht is verleend, is gehouden de algemene en bijzondere aanwijzingen bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, derde lid, van het besluit op te volgen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035957
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl