BWBR0035951
Geldig vanaf 2023-04-13
Artikel 2.4
Subsidieregeling ADL-assistentie
1. De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van:
a. stukken ter onderbouwing van de raming bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel A, onder 2°.
b. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;
c. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de aanvrager te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht voor het ondertekenen van de aanvraag;
d. een afschrift van de inschrijving van de aanvrager in het Handelsregister;
e. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken dan wel op verzoek van het Zorginstituut, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.
2. De stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, kunnen achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit mag gaan dat deze gegevens bij het Zorginstituut bekend zijn.
a. stukken ter onderbouwing van de raming bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel A, onder 2°.
b. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;
c. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de aanvrager te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht voor het ondertekenen van de aanvraag;
d. een afschrift van de inschrijving van de aanvrager in het Handelsregister;
e. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken dan wel op verzoek van het Zorginstituut, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.
2. De stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, kunnen achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit mag gaan dat deze gegevens bij het Zorginstituut bekend zijn.