BWBR0035923
Geldig vanaf 2016-07-07
Artikel 3.12
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
1. Voor het kalenderjaar 2016 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend:
a. 50% van het subsidieplafond voor 2016, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, wordt berekend op grond van de artikelen 3.4 tot en met 3.8;
b. 50% van het subsidieplafond voor 2016 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid.
2. Voor het kalenderjaar 2017 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend:
a. 65% van het subsidieplafond voor 2017, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, wordt berekend op grond van de artikelen 3.4 tot en met 3.8;
b. 35% van het subsidieplafond voor 2017 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid.
3. De verdeling van het gedeelte van het subsidieplafond bedoeld in het eerste lid onder b respectievelijk in het tweede lid onder b, over de instellingen, geschiedt op grond van de volgende verdeelsleutel:
Hierin staat dHvoor elke instelling voor het aantal diploma’s met een diplomawaarde die hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; LTdH voor het landelijk totaal aantal diploma’s dat hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; LBdvoor het landelijk budget voor 2016, bedoeld in het eerste lid onder b, respectievelijk 2017, bedoeld in het tweede lid, onder b.
4. In afwijking van artikel 3.6, zesde lid, wordt in 2016 respectievelijk 2017, indien het resultaat van de in artikel 3.12, eerste lid, onder a. en b. bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het in artikel 3.6, vijfde lid, bedoelde maximum wordt overschreden voor 2016, dan wordt het bedrag waarmee dit maximum wordt overschreden, verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zijn op grond van artikel 3,12, eerste lid, onder a ontvangen. Voor 2017 wordt dit verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.12, tweede lid, onder a, ontvangen.
a. 50% van het subsidieplafond voor 2016, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, wordt berekend op grond van de artikelen 3.4 tot en met 3.8;
b. 50% van het subsidieplafond voor 2016 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid.
2. Voor het kalenderjaar 2017 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend:
a. 65% van het subsidieplafond voor 2017, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, wordt berekend op grond van de artikelen 3.4 tot en met 3.8;
b. 35% van het subsidieplafond voor 2017 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid.
3. De verdeling van het gedeelte van het subsidieplafond bedoeld in het eerste lid onder b respectievelijk in het tweede lid onder b, over de instellingen, geschiedt op grond van de volgende verdeelsleutel:
Hierin staat dHvoor elke instelling voor het aantal diploma’s met een diplomawaarde die hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; LTdH voor het landelijk totaal aantal diploma’s dat hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; LBdvoor het landelijk budget voor 2016, bedoeld in het eerste lid onder b, respectievelijk 2017, bedoeld in het tweede lid, onder b.
4. In afwijking van artikel 3.6, zesde lid, wordt in 2016 respectievelijk 2017, indien het resultaat van de in artikel 3.12, eerste lid, onder a. en b. bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het in artikel 3.6, vijfde lid, bedoelde maximum wordt overschreden voor 2016, dan wordt het bedrag waarmee dit maximum wordt overschreden, verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zijn op grond van artikel 3,12, eerste lid, onder a ontvangen. Voor 2017 wordt dit verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.12, tweede lid, onder a, ontvangen.